Onderwerp: Instructies opdragen  
Datum: September 2015, Zaltbommel
Versie: 1
Opgesteld door: Evangelische Gemeente Bommelerwaard ‘Kerk met passie’ te Zaltbommel


Binnen de Evangelische Gemeente Bommelerwaard (EGB) is er ruimte om de kinderen op te dragen. De achtergrond daarvan is beschreven in een afzonderlijke notitie (‘Waarom dragen we kinderen op?’, september 2015). Hieronder wordt een aantal instructies gegeven over de praktische punten rondom het opdragen.

  • Als ouders de wens hebben hun kind op te dragen te midden van de gemeente dan is één van de oudsten het eerste aanspreekpunt.
  • In overleg met de betreffende oudste kan dan een datum worden vastgesteld waarop het opdragen plaatsvindt. Het kan overigens wel zo zijn dat er gekeken wordt of het mogelijk is dat meerdere kinderen tegelijkertijd worden opgedragen. We proberen te voorkomen dat er te veel diensten te dicht op elkaar een dienst van opdragen worden. Niettemin moet de planning zich dan wel voor die bundeling lenen. Dat kan per situatie nader bekeken worden.
  • In die bewuste zondagdienst worden de ouders met hun kind(eren) naar voren gevraagd voor het opdracht-moment. Het opdragen bestaat met name uit gebed om een zegen voor de kind(eren) en voor de ouders. Daarbij wordt door de gemeente een zegenlied toegezongen.
  • Ouder zijn vrij om aan te geven welke broeder hun kind(eren) opdraagt.
  • Het is mogelijk om aan het moment van opdragen een persoonlijk bijdrage leveren (wat uiteraard geen verplichting is). Dat zou het uitkiezen van een bijpassend lied kunnen zijn en / of een paar woorden die de ouders zelf zouden willen uitspreken.

Waarom dragen we kinderen op?

Onderwerp: Kinderen opdragen  
Datum: September 2015, Zaltbommel
Versie: 1
Opgesteld door: Evangelische Gemeente Bommelerwaard ‘Kerk met passie’ te Zaltbommel


1.    Inleiding
Binnen de Evangelische Gemeente Bommelerwaard (EGB) is er ruimte om de kinderen op te dragen. Wat is precies opdragen en waarom doen we dat? De Bijbel spreekt nergens expliciet over het opdragen van kinderen. Het is goed om kort stil te staan bij dit onderwerp, zodat het ook duidelijk maakt hoe we daarover denken binnen de EGB.


2.    Wat de Bijbel zegt
Zoals gezegd, het opdragen van kinderen is niet terug te vinden in de Bijbel als opdracht voor ouders, zoals ook het dopen van kinderen niet terug te vinden is. Waarom heeft onze gemeente toch gekozen voor het opdragen van kinderen, waarom is het goed om dit als ouders en gemeente te doen?

In Lucas 2 lezen we dat Jozef en Maria Jezus Zelf naar de tempel brengen om Hem toe te wijden aan de Heer zoals dat in de wet van Mozes was opgedragen.
Iedereen is bekend met de gebeurtenis uit Marcus 10: 13-16, waarbij Jezus zegt: ‘Laat de kinderen tot mij komen en verhinderd ze niet’. Vervolgens legt Jezus hen de handen op en zegent hen. Hiermee roept Hij Gods bescherming af over het kwetsbare leven van een jong kind.

Ook David bezingt deze gebeurtenis in psalm 22 (uit ‘Het Boek’)

10.  U, HERE, liet mij ter wereld komen. U gaf mij rust aan de borst van mijn moeder.
11.  Bij mijn geboorte werd ik aan U opgedragen; al sinds die tijd bent U mijn God.

Dit lied geeft aan wat er gebeurt wanneer ouders hun kind opdragen aan God. Zij stellen hun kind voor aan God en zeggen hiermee: ‘Vader U bent zijn / haar God, wilt U voor hem / haar zorgen’.

Het opdragen van kinderen in de gemeente wordt door ouders gedaan als dank aan God die leven geeft en als gebed dat kinderen onder Gods bescherming en genade mogen opgroeien. De ouders laten op die manier hun kind tot Hem komen, wijden het aan God toe, zoals ook Jozef en Maria dat deden. Jozef en Maria waren dat verplicht vanuit de wet, wij zijn dat niet. Ouders die hun kinderen opdragen doen dit vrijwillig, het is een mogelijkheid waar ouders gebruik van mogen maken. In 1 Korintiërs 7 vers 14 lezen we dat kinderen geheiligd zijn in het geloof van de ouders. Dit houdt in dat de kinderen van gelovige ouders, opgroeiend in een omgeving waar Gods Woord onderwezen wordt en Zijn genade verkondigd wordt, ook geheiligden zijn. Ze zijn apart gezet, vanuit de positie die ze mogen hebben vanwege het geloof van hun houders. Net zoals de ouders geheiligd zijn in Christus. Dat betekent dat kinderen voluit onderdeel uitmaken van de gemeente van Christus en er, ook geestelijk beschouwd, dus volledig bijbehoren.

3.    De gemeente als getuige
Het geloof van de ouders wordt gebouwd in de gemeente. In de gemeente dragen wij verantwoordelijkheid voor elkaar, hierbij horen zeker ook de kleine kinderen. Als ouders hun kinderen opdragen te midden van de gemeente is dit eigenlijk het voorstellen van een nieuw gemeentelid, waar alle leden zorg over zullen dragen. Hierbij geven ouders en gemeente aan het kind vertrouwd te maken met de Bijbel, met gebed en met aanbidding van God.
De verantwoordelijkheid van de gemeente ligt vooral bij het ondersteunen van de ouders. Denk hierbij aan voorbede, wijze raad en veel liefde. Ouders kunnen deze steun van anderen nodig hebben tijdens de opvoeding van hun kinderen en daar een beroep op doen. Graag willen wij daarom kinderen als gemeente opdragen voor Zijn aangezicht!


4.    Praktisch
Hoe gaat dat praktisch in zijn werk? Hierover hebben we een aparte instructie-notitie opgesteld, waarnaar we verwijzen (‘Instructies opdragen kinderen’, september 2015). Daarin worden de praktische punten besproken.

Onderwerp: Heilig Avondmaal met kinderen, is dat wel Bijbels?
Datum: September 2015, Zaltbommel
Versie: 1
Opgesteld door: Evangelische Gemeente Bommelerwaard ‘Kerk met Passie’ te Zaltbommel


1.    Inleiding
Binnen de Evangelische Gemeente Bommelerwaard (EGB) staat het Heilig Avondmaal ook open voor de kinderen van de gemeente. Voor sommigen komt dit vertrouwd over, voor anderen geeft dit juist een onwennig beeld. Het is goed om kort stil te staan bij dit onderwerp, zodat het ook duidelijk maakt waar de EGB dit aangaande voor staat.


2.    Toets aan de Bijbel
Bij alles wat we doen binnen de EGB proberen we, voor zover dat mogelijk is, te toetsen aan de Bijbel. Hoewel hetgeen we gewend zijn of hetgeen de traditie ons leert, heel waardevol kan zijn, blijft het van belang om wel steeds de Bijbel als toetssteen te gebruiken.
Soms staan de dingen echter niet letterlijk in de Bijbel, maar kunnen we Gods gedachten wel afleiden uit geschiedenissen of gebruiken uit de Bijbel. Zo staat nergens expliciet verwoord dat het wel of niet is toegestaan om kinderen voor het Heilig Avondmaal uit te nodigen. Daarom zullen we moeten kijken of dit op een andere manier af te leiden is uit gedeelten van Gods Woord.  

2.1     Pascha
In Mattheus 26 lezen we over het moment waarop Jezus het Pascha viert met de discipelen. Het Pascha kennen we uit het Oude of Eerste Testament. Exodus 12 vertelt over de geschiedenis van Israël, vlak voor de uittocht uit Egypte, dat per gezin een lam geslacht moest worden en het bloed van het lam aangebracht moest worden aan de deurposten van de huizen. Het oordeel over Egypte ging voorbij aan de huizen waar God dat bloed op de deurposten aangebracht zag. Het bloed van het offerlam was beslissend voor leven of dood van de Israëlieten. Zo bevrijdde God zijn volk uit de slavernij van Egypte.

Ook nog in Jezus’ dagen hield men Pascha, zoals voorgeschreven in vers 24 van Exodus 12. En terwijl Jezus met zijn discipelen het Pascha vierde, nam Jezus het brood en de wijn. Hij brak het brood en verwees vervolgens naar Zijn lichaam. Hij nam ook de drinkbeker met de wijn en verwees naar Zijn bloed. Jezus spreekt daar over ‘het bloed van het Nieuwe Verbond’. Jezus geeft een nieuwe betekenis aan het Pascha. Het offerlam in Egypte was een heenwijzing naar Hemzelf, als offerlam. Johannes de Doper zegt over Jezus: ‘Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt’ (Johannes 1:29).
Oftewel: Het ‘nieuwe’ paaslam was Jezus. Met het bloed van Jezus aan de deurposten van de geopende deur van ons hart, gaat God aan het oordeel over ons voorbij! Het wonder van de genade door het bloed. En daar denken wij aan bij de viering van het Heilig Avondmaal, als we het brood breken en de wijn drinken.  

‘Houd dit als verordening voor u en uw kinderen, tot in eeuwigheid’, zo staat in Exodus 12 vers 24.  
Maar ook de woorden uit vers 26 ‘En het zal gebeuren, als u kinderen tegen u zullen zeggen: ‘Wat betekent deze dienst voor u?’ geven heel duidelijk weer dat bij het Pascha het gehele gezin betrokken was.  

2.2    Kinderen daarbij?
Kinderen waren volledig betrokken bij de viering van het Pascha. ‘Houd dit als verordening voor u en uw kinderen, tot in eeuwigheid’ (Exodus 12 vers 24). En vers 26 ‘En het zal gebeuren, als u kinderen tegen u zullen zeggen: ‘Wat betekent deze dienst voor u?’.  
Om die reden vinden wij het volledig verantwoord, sterker nog: heel belangrijk, ja zelfs een opdracht van God, om kinderen te betrekken bij het heilig avondmaal.

Jezus zegt bij de instelling van het avondmaal ook: ‘Drinkt allen daaruit’. Hoewel dat wellicht direct gold voor de discipelen, mag ook daaruit klinken dat ‘allen’ ook welkom zijn.

In dit kader kan nog verwezen worden naar Handelingen 2:41-47. Dat gaat over de christelijke gemeente in haar meest oorspronkelijke vorm. Ze gaven acht op elkaar, hadden alles gemeenschappelijk en braken het brood bij elkaar aan huis. Nergens staat dat kinderen hiervan waren uitgesloten.

2.3    Verantwoordelijkheid ouders
Wat van groot belang was bij de viering van het Pascha is dat de ouders de betekenis ervan uitlegden aan hun kinderen. ‘En het zal gebeuren, als u kinderen tegen u zullen zeggen: ‘Wat betekent deze dienst voor u? Dat u moet zeggen: Dit is een Paschaoffer voor de Heere, Die in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren trof en onze huizen bevrijdde’ (Exodus 12: 26 en 27).
Ook bij de viering van het Heilig Avondmaal beschouwen wij het als een grote verantwoordelijkheid van de ouders richting de kinderen dat zij hen de betekenis van het avondmaal uitleggen. Het is belangrijk dat we de betekenis van het Heilig Avondmaal steeds voor ogen houden en dat ouders van kinderen hen daarin onderwijzen.

En waar moet het dan over gaan? Over dat Paschaoffer, over dat offerlam, over het Lam dat de zonde der wereld wegneemt, over de dood van de Heer. Dat laatste wordt door Paulus benadrukt in 1 Korinthe 11:26: ‘Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt’. We denken bij het avondmaal aan de dood van de Heer. Als we dat niet meer doen, en de kinderen daar ook daar niet meer in onderwijzen, lopen we het gevaar op ‘onwaardige wijze’ avondmaal te vieren, zoals Paulus dat noemt in vers 29.


3.    Ten slotte
Iemand uitte ooit eens zijn ongenoegen over het feit dat zomaar de kinderen aan het Heilig Avondmaal gingen. Een broeder vroeg naar de reden waarom hij dat vond. ‘Kinderen kunnen toch nooit begrijpen wat het Heilig Avondmaal inhoudt?’, was zijn antwoord.
De broeder stelde een tegenvraag: ‘Begrijpt u dan wel precies wat de betekenis is van het Heilig Avondmaal. Begrijpt u dan wel wat daar gebeurde op Golgotha?’.

De broeder bedoelde te zeggen dat wij mensen in dit leven ‘de dood van de Heer’ nooit ten volle zullen kunnen begrijpen. Daar is het te wonderlijk, te heilig, te bijzonder voor. Slechts iets daarvan mogen wij proeven en smaken bij de viering van het Heilig Avondmaal. Samen met de kinderen van de gemeente.  

Onderwerp: Sprekers in de EGB  
Datum: Oktober 2015, Zaltbommel
Versie: 1
Opgesteld door: Evangelische Gemeente Bommelerwaard ‘Kerk met passie’ te Zaltbommel


1.    Inleiding
Omdat de Evangelische Gemeente Bommelerwaard (hierna: EGB) geen vaste voorganger heeft, wordt de zondagse eredienst wat betreft de ‘bediening van het woord’ ingevuld door diverse sprekers van buitenaf en door sprekers vanuit onze eigen gemeente. Omdat dit gedeelte van de dienst, naast de aanbidding en lofprijzing, als zeer belangrijk wordt beschouwd, dienen ook de keuzes rondom sprekers zorgvuldig en overwogen te verlopen. Daarbij ook steeds voor ogen houdend dat wij geloven dat God niet alleen spreekt door de voorganger op de betreffende zondagochtend. Een ieder zal de momenten herkennen in de eredienst dat een lied, of een kort gebed, of iets wat één van de kinderen in alle eenvoud zei, het hart meer roerde dan de goed doorwrochte prediking van de desbetreffende voorganger.

Niettemin blijft het een grote verantwoordelijkheid om de voorgangers zorgvuldig te kiezen. De EGB hecht aan een zuivere, evenwichtige en aansprekende verkondiging. Wij vinden het belangrijk in deze notitie een aantal uitgangspunten te verwoorden die hier richting aan geven.


2.    Veelkleurigheid en verantwoordelijkheid
Het uitnodigen van sprekers gebeurt door de oudstenraad. De oudstenraad draagt immers de verantwoordelijkheid voor het geestelijk klimaat van de gemeente, want de woordverkondiging draagt voor een belangrijk deel bij aan dat geestelijke klimaat van de gemeente. Om die reden is het van belang dat de gehele oudstenraad betrokken wordt bij de keuzes rondom sprekers. De oudstenraad dient zich onder meer te laten leiden door de identiteit van de EGB als geheel. Hierover het volgende.

Als één van de belangrijkste kenmerken van de EGB mag genoemd worden haar veelkleurigheid. Veel verschillende mensen, met veel verschillende achtergronden en geloofsbelevingen. Maar toch ook met één stabiel levensfundament: Jezus Christus. Zijn verzoenend, verlossend en herstellend werk, Zijn genade en liefde, brengen ons samen. Dat gegeven van die diversiteit dwingt een ieder om zich voortdurend bewust te zijn van dat ene en onwrikbare fundament. Daar ligt de geestelijke focus en uitdaging. Tegelijkertijd mogen we ons realiseren dat de verschillen die er zijn juist iets zeggen over de ‘veelkleurigheid’ van God Zelf. De uitdaging voor een ieder is de verschillen niet te laten afleiden van dat ene belangrijkste, wat net genoemd is. Om zo, “… samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus….” (Efeze 3:18).

Deze ‘veelkleurige’ identiteit mag doorwerken in de keuze van de sprekers. Hoe dat er in de praktijk uitziet, is niet  eenvoudig te zeggen. Want hoe ‘veelkleurig’ mogen de sprekers dan zijn wat betreft de geloofsbeleving, het kader van waaruit men spreekt. Immers ‘allerlei wind van leer’ binnen de EGB willen we voorkomen. Want laten we ons wel bewust zijn: er is van alles ‘te koop’ binnen het ‘evangelisch sprekersgilde’ van Nederland. Het maken van keuzes daarin vraagt een voortdurend zoeken, bidden en tasten, waar de oudstenraad een belangrijke verantwoordelijkheid in draagt.   

Wij vinden het belangrijk dat wat betreft de sprekers aangesloten wordt, voor zover mogelijk, op de vijf bedieningen die Paulus noemt in Efeze 4 : 11 en 12.  

‘En hij [Christus] is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd.’

Een apostel is gericht op het stichten en uitbreiding van Gods Koninkrijk, plaatselijk en van generatie op generatie.
Een profeet is meer gericht op het doorgeven van Gods wil, Gods stem, voor het hier en nu.
Een evangelist is gericht op het winnen van mensen voor Gods Koninkrijk: mensen tot een keuze bewegen.
Een herder is een beschermer, iemand die bemoedigd en vertroost.
Een leraar is gericht op het geven van onderwijs.

Deze diverse bedieningen zijn wat ons betreft mede richtinggevend voor de keuze van de sprekers (ook wel ‘schijf van vijf voor een gezonde gemeente’ genoemd). Dat deze diversiteit aan bedieningen mede tot uiting komt in de keuze van de sprekers.

Leden worden overigens ook uitgenodigd om aanbevelingen te doen wat betreft sprekers. De oudstenraad zal dan beoordelen of betreffende spreker inderdaad passend is om uit te nodigen voor de EGB.


3.    Eigen sprekers
3.1    Algemeen
Binnen de Evangelische Gemeente Bommelerwaard (EGB) wordt aan de leden ruimte gegeven te spreken in de samenkomst op de zondagochtend. Dat betekent dat er, naast de zogenaamde gastsprekers, regelmatig een spreker uit de eigen gemeente voorgaat in de dienst van het Woord.

Vanwege de waarde die de EGB hecht aan een zuivere en aansprekende verkondiging van het Woord, is het belangrijk dat beginnende sprekers goed voorbereid worden op hun bediening. Om die reden heeft de EGB een eigen sprekerstraining opgezet. Deze training wordt geleid door de meer ervaren en bekwame sprekers.

Bij dit alles hecht de EGB eraan duidelijkheid te geven over de eigen visie die zij heeft rondom ‘eigen sprekers’ en de sprekerstraining. Die duidelijkheid is van belang voor degenen die al betrokken zijn bij de sprekerstraining en voor degenen die interesse hebben om wellicht deel te gaan nemen aan de sprekerstraining. Maar niet in de laatste plaats wil de EGB juist ook de gemeenteleden die niet deelnemen aan de training informeren over het onderwerp ‘eigen sprekers’.

Hieronder zal daarom worden ingegaan op de doelstelling van de sprekerstraining. Verder wordt ingegaan op een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden die van belang zijn voor de training en voor de deelnemers aan de training. Dit laatste om vooraf duidelijkheid te scheppen en teleurstelling achteraf te voorkomen.  

3.2    Training
Wij geloven dat ook binnen onze gemeente leden aanwezig zijn die specifieke gaven hebben in de verkondiging van het Woord. Het is dan wel van belang dat die gave herkend wordt, zowel bij de spreker zelf als bij de gemeente. Voor iemand die zich net aansluit bij de sprekerstraining heeft de training als eerste ten doel om te ontdekken of de sprekersgave aanwezig is. De potentiële spreker dient zich dat te realiseren.

Het zoeken van Gods weg in ons persoonlijke leven en de ons bestemde rol binnen een gemeente is niet altijd eenvoudig. Dat is een weg van tasten, zoeken en ontdekken. Soms is het heel duidelijk wat iemands gaven en talenten zijn. Soms is dat wat minder duidelijk. Het is dan moedig dat iemand de ontdekkingstocht wil aangaan. Het kan vervolgens zo zijn dat we denken een gave te bezitten, maar dat we in de loop van de tijd toch ontdekken dat de gaven en talenten op een ander gebied blijken te liggen. Aanvankelijk kan dat voelen als een teleurstelling. Toch geloven we dat wij het meest vruchtbaar zijn en ons het meest prettig voelen, als we de plaats innemen binnen de gemeente waar onze talenten het meest tot hun recht komen.
De sprekerstraining is een plaats van ontdekken van gaven en talenten in de verkondiging van het Woord.

De sprekerstraining is uiteraard ook bedoeld om degenen bij wie de gaven aanwezig zijn te trainen hun gaven zo goed mogelijk te gebruiken. Immers wanneer mensen gaven en talenten hebben, ligt er nog steeds de uitdaging die gaven en talenten op de goede wijze te gebruiken. Dat laatste is namelijk geen vanzelfsprekendheid.
Bij de training komen diverse aspecten van het spreken aan de orde. Daarbij kan globaal gedacht worden aan de wijze van exegese (uitleg) van een bijbelgedeelte, de opbouw van een preek (inhoudsniveau) en de wijze van overbrengen (betrekkingsniveau).

3.3    Wat van een eigen spreker wordt verwacht
Juist vanwege het belang dat we hechten aan een zuivere en aansprekende bediening van het Woord, wordt van een ‘eigen spreker’ het volgende verwacht:
Actieve deelname aan de sprekerstraining;
Houden van ‘oefenpreken’ voor de trainersgroep (waarbij een ieder overigens welkom is);
Actief contact onderhouden met een buddy (ter voorbereiding van de gehouden preek en voor de evaluatie achteraf);
‘Training’ via andere podiummomenten (zoals het inleiden van het Heilig Avondmaal);
Doorgaans wordt de oudjaarsavond gebruikt als ‘debuut-moment’, tenzij duidelijk is dat de betreffende spreker een eerdere start aankan.


4.    Frequentie
Verder is het ook van belang stil te staan bij de frequentie waarmee externe en interne sprekers gevraagd wordt om voor te gaan (per jaar).

Er worden doorgaans 12 zondagen gereserveerd voor de invulling met eigen sprekers (gemiddeld iedere maand een eigen spreker). De overige zondagen worden ingevuld met externe sprekers. Het komt echter nog wel eens voor dat een externe spreker uitvalt en vervangen wordt door een interne spreker.

We streven er in beginsel naar om een spreker niet vaker dan twee maal per jaar te laten voorgaan (het mag ook één maal per jaar). Dat geldt zowel voor de interne als de externe sprekers. Tot op heden is dit steeds toegepast en zijn er geen redenen om daarvan af te wijken. Het wordt in het algemeen immers gewaardeerd dat er een goede afwisseling is wat betreft sprekers.


5.    Ten slotte
Iemand zei eens: ‘Preken is de hoorder overtuigen van de relevantie van de Bijbelse boodschap’. Het is inderdaad van belang dat in de prediking het Woord van God zo gebracht wordt dat het harten raakt en mensenlevens verandert, naar het beeld van de Heere Jezus Christus. Daarvoor is het nodig dat er een heldere boodschap wordt verkondigd en de Bijbel op een evenwichtige manier wordt uitgelegd, voor een biddende gemeente. Ook dat laatste mag benadrukt worden. De prediker kan immers niet zonder het intense gebed van de toehoorders.

Zo geloven we, ‘door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben’ dat we samen volledig kunnen ‘toe groeien naar Hem die het hoofd is: Christus.’ (Efeziërs 4:15)

‘Om de lieve vrede’

Onderwerp: Omgaan met conflicten
Datum: September 2015, Zaltbommel
Versie: 1
Opgesteld door: Evangelische Gemeente Bommelerwaard ‘Kerk met passie’ te Zaltbommel


1.    Inleiding
De gemeente van Christus is een gemeenschap van mensen. Mensen die gemeen hebben God te willen dienen, Jezus Christus te willen navolgen. De gemeente is een plaats van ontmoeting met God en met elkaar, een plaats van samenwerking, van toerusting, van projecten en initiatieven, en een plaats van omzien naar elkaar. Het is van belang dat dit gebeurt in een sfeer van liefde en geloof, van vrede en veiligheid.

De gemeente van Jezus Christus is ook een plaats waar mensen gewoon echt mens zijn, vaak in grote diversiteit. Mensen die verschillende achtergronden hebben, mensen die kwetsbaar zijn, mensen die dominant zijn, mensen die stellig zijn of juist niet, mensen die ouder zijn, mensen die jonger zijn, mensen die beschadigingen hebben opgelopen in het leven, mensen die veel bereikt hebben in hun leven, mensen die mondig zijn, mensen die wat minder mondig zijn, mensen die werkeloos zijn, mensen die het maatschappelijk goed gaat, mensen die eenzaam zijn, mensen die dat niet zijn, mensen met veel bijbelkennis, mensen met wat minder bijbelkennis, …. En zo kunnen we nog even doorgaan.  

Vanwege al die verschillen kunnen zomaar, soms uit het niets, meningsverschillen ontstaan, ruzietjes of heuse conflicten. Dat is menselijk. Allemaal niet heel erg zolang er op tijd goed mee omgegaan wordt. Maar helaas worden conflicten soms niet uitgepraat. Of ze worden, soms bedekt en soms openlijk bestreden met ‘geestelijke strijdbijlen’. Het gevolg is een verlies aan vertrouwen en verbondenheid: tussen leden onderling, of tussen leden en leidinggevenden, of tussen leidinggevenden onderling.

Toch kan juist de gemeente van Jezus Christus de plaats zijn waar vrede heerst, vrede kan worden gemaakt en vrede kan worden onderhouden. Het zou als het goed is de plek moeten zijn waar mensen werk maken van verzoening en heling. De plaats waar geborgenheid en veiligheid de weg opent voor herstel. Dat is helemaal niet eenvoudig en kost vaak veel moeite en verdriet. Herstel echter brengt mensen weer bij elkaar en brengt mensen dichter bij God.

Als Evangelische Gemeente Bommelerwaard (hierna: EGB) vinden wij het belangrijk om een aantal (Bijbelse) richtlijnen en principes te geven ingeval er binnen de EGB sprake is van verstoorde verhoudingen en of van oplopende meningsverschillen. Dit document bevat geen uitgebreide uiteenzetting over mogelijke achtgronden van conflicten en meningsverschillen, en vervolgens van mogelijke oplossingsrichtingen. Dat zou onmogelijk zijn, omdat elk geval weer op zichzelf staat. Wel geeft dit document richting over de weg die de betrokkenen mag gewezen worden, vanuit Bijbels perspectief.

De EGB wil een laagdrempelige gemeente zijn, waar iedereen welkom is en waar iedereen zich zo goed mogelijk thuis voelt. Het mooie en tegelijkertijd uitdagende kenmerk van de EGB is haar diversiteit. Veel verschillende mensen, met veel verschillende achtergronden en geloofsbelevingen. Om die reden is het belangrijk om de vrede te bewaren en ook de inhoud van dit document ter harte te nemen.


2.    Wat zegt de Bijbel?
2.1    Een aantal teksten
Het is niet heel moeilijk om talloze teksten te citeren vanuit de Bijbel waarin God ons oproept om de vrede te bewaren, de naaste te vergeven en zelfs vijanden lief te hebben. Hoewel de meesten van ons daarmee bekend zijn, toch nog een aantal bekende en heel ‘uitgesproken’ Schriftgedeelten hierover:

"Toen kwam Petrus bij Hem (Jezus) en zei: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zei tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal…" (Mattheüs 18:21-22)

"Wees in plaats daarvan vriendelijk en liefdevol voor elkaar. Vergeef elkaar, zoals God uw zonden heeft vergeven om wat Christus voor u deed…" (Efeze 4:32)

"Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar bij het altaar achter, en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave.” (Matthëus 5:23-24)

“Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen.” (Romeinen 12: 17 en 18)

Dit zijn belangrijke teksten over vrede, vergeving en verzoening. Deze teksten kunnen moeiteloos aangevuld worden met nog veel meer gedeelten uit de Bijbel. Daarbij is het overigens wel steeds van belang om de context van het bijbelgedeelte goed in ogenschouw te nemen. Het gevaar bestaat om slechts de meest passende teksten te gebruiken (soms: misbruiken) voor het eigen gelijk. Hoewel van boven geciteerde teksten toch gezegd mag worden dat deze een meer algemene geldingskracht hebben en ons allen iets te zeggen hebben.

2.2    Principe van genade, fundament van Gods Koninkrijk
Zoals opgemerkt, zullen de meeste mensen bekend zijn met deze teksten. Als u of jij dit leest, en zelf betrokken bent in een conflict, kunnen deze teksten best confronterend zijn. Je weet hoe het moet, wat de Bijbel zegt, en hoe Jezus het ons heeft voorgeleefd, maar in de praktijk blijkt de toepassing ervan zo lastig. Omdat er zoveel pijn is, omdat er zoveel beschadigd is, of omdat het misschien al jaren voortduurt. Daar willen we oog voor hebben en houden. Tegelijkertijd ligt daar juist ook een groot spanningsveld. Gods Woord is vaak heel helder en ook scherp over de oproep tot vrede en verzoening. Hierboven citeerden we Mattheus 18, waarin Jezus zegt dat we elkaar niet zevenmaal, maar zeventig maal zevenmaal moeten vergeven. Oftwel: altijd. Is dat mogelijk? Kan dat gevraagd worden van mensen? Ja, blijkbaar wel. Waarom? Direct daarna, in vers 23, vertelt Jezus een gelijkenis over een ‘zeker koning die afrekening wilde houden met zijn slaven’. Er was één slaaf die zijn schuld niet kon betalen. ‘De heer van deze slaaf was innerlijk met ontferming bewogen, liet hem gaan en schold hem de schuld kwijt’. Vervolgens ging die slaaf (slaaf A) naar een andere slaaf (slaaf B), en eiste de schuld op van die medeslaaf (slaaf B). Blijkbaar had die medeslaaf (slaaf B) een schuld bij die slaaf van wie de heer zijn schuld kwijtgescholden had (dus bij slaaf A). Zijn heer werd boos. Terecht toch? Want de heer vergaf slaaf A, maar slaaf A vergaf niet collega-slaaf B. Als we het zo lezen, begrijpen we goed waarom de heer boos werd.

“En zijn heer, boos als hij was, gaf hem aan de pijnigers over, totdat hij alles wat hij hem schuldig was, betaal zou hebben. Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft.” (Mattheus 18: 34 en 35)

De toepassing van deze gelijkenis is helder. Hier vertelt Jezus het fundament van Evangelie, het fundament van Gods Koninkrijk. Wij allemaal zijn die schuldige slaven. God vergeeft die schuld, hen die daarom vragen. Hij schelt het kwijt. Dan kan het niet zo zijn, zo zegt Jezus, dat mensen elkaar niet hoeven te vergeven. Waarom zou God de mensen moeten vergeven, en de mensen elkaar niet hoeven te vergeven? Dat gaat kennelijk te ver in Gods Koninkrijk.

Het is zo belangrijk dit te benadrukken en te beseffen. Hoe belangrijk het is om ons te realiseren hoe groot Gods genade en vergeving voor ons was. En hoe genadig en liefdevol God voor ons is geweest, dat Hij door het offeren van Zijn Eigen Geliefde Zoon, bereid is geweest ons de schuld te vergeven. Wanneer we dit principe van genade begrijpen, zal dat kunnen helpen om de weg van verzoening te gaan met onze naaste. Dan zal het nog steeds lastig zijn en misschien geduld en tijd vragen. Maar dat was het voor God ook! Hij gaf Zijn geliefde Zoon over aan de dood. Zo ver ging God voor ons.

Op de consequentie moet ook gewezen worden. Die noemt Jezus in Mattheus 6 vers 15:  

“Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven.”
 
Het is van belang Jezus’ woorden over schuld, genade en vergeving ter harte te nemen. Zo wordt Gods Koninkrijk gebouwd en, hopelijk, ook steeds meer zichtbaar binnen onze gemeente.

3.    Drie  stappen
De Bijbel geeft ons gelukkig ook handvatten om de verzoeningsprincipes van Gods Koninkrijk te kunnen toepassen. Goed om stil te staan bij het onderwijs dat Jezus ons zelf gaf, vanuit Mattheüs 18:15-22. De Here Jezus zegt heel weinig over hoe het binnen de christelijke gemeente zou moeten toegaan, wat betreft bijvoorbeeld orde of structuren. Paulus zegt daarover meer, in de verschillende brieven die hij schreef. Jezus gaf echter wel richtlijnen over de stappen die binnen een gemeente gezet moeten worden als er sprake is van een conflict of een oplopend meningsverschil onder broeders of zusters. We lezen dat in Mattheus 18 : 15 - 20. Dit tekstgedeelte wordt voorafgegaan door de vraag van de discipelen wie toch de belangrijkste is in het Koninkrijk der hemelen. Het antwoord van Jezus luidt: ‘wie zich kan vernederen als een kind’. Vervolgens vertelt Jezus de gelijkenis over het verloren schaap. Jezus wil dat niemand verloren gaat. Tegen die achtergrond, van de nederige houding van een kind en van Jezus’ wens dat zelfs ‘het kleinste schaap’ niet verloren gaat, leert Jezus ons in conflictsituaties drie stappen te zetten.  

3.1    Neem zelf initiatief
Jezus roept ons op om zelf een eerste stap te zetten richting de broeder of zuster die het betreft:

“Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen.” (Mattheus 18 vers 15)

De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de broeders of zusters (die een conflict hebben) zelf. Dit gedeelte gaat kennelijk over een duidelijke schuldige: ‘een broeder die tegen u gezondigd heeft’. Maar ook als de schuld niet zo duidelijk ligt, kan dit principe worden toegepast. Eerst zelf initiatief nemen om tot een gesprek te komen. Dat vraagt moed en kracht. Dat vraagt vaak ook een bepaalde vorm van zelfverloochening. Van kruis opnemen, zoals Jezus ons leerde.

Overigens behoeft het niet zo te zijn dat er altijd sprake is van ‘schuld’ van één of van beide partijen. De verwijdering tussen mensen kan ook zitten in een misverstand of in een meningsverschil. Vaak gebaseerd op een verschil in communicatie, of op een verschil in manier van benaderen of van werken. Het voert te ver om daar dieper op in te gaan. In elk geval als er sprake is van ‘iets’ (Mattheus 5:23), namelijk ‘iets’ dat verwijdering of verwijten of onvrede of conflicten geeft onderling, dan kan dat al aanleiding zijn om met uw broeder of zuster in gesprek te gaan.    

3.2    Betrek er een ander bij
Ingeval het niet lukt om met de broeder of zuster zelf in gesprek te gaan, of ingeval een onderling gesprek niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, lezen we in Mattheus 18 vers 16 de tweede stap:

“Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat.”

Kenmerk van een conflict is dat partijen die ermee te maken hebben niet meer goed met elkaar kunnen communiceren. Emoties spelen meermaals een te grote rol. Daardoor kan de brug, de verbinding naar de ander niet meer gelegd worden. Het begrijpen van elkaar is niet meer mogelijk en het contact tussen elkaar wordt uiteindelijk verbroken.

Juist dan is het verstandig daar een derde partij bij te betrekken. Iemand die in staat is de gesprekken met beide partijen aan te gaan. Misschien eerst met een ieder afzonderlijk en later in het proces met elkaar. Via een creatieve manier van communicatie, via specifieke methoden, kan vaak de weg naar herstel, of een begin daarvan, gevonden worden.
 
Het is geen schande, of teken van zwakte, om een derde partij in te schakelen. Juist het tegenovergestelde is waar. In veel gevallen is dit zeer verstandig en moedig om een derde broeder of zuster in te schakelen, als onderlinge gesprekken zijn vastgelopen. Jezus roept echter wel op om zelf dat initiatief te nemen, om die derde erbij te betrekken. Net als bij stap 1 (paragraaf 3.1) ligt daar dus een eigen verantwoordelijkheid.  

3.3    Zeg het dan de gemeente
Wanneer stap 1 en 2 niet tot een oplossing hebben geleid, houdt Jezus ons voor om het tegen de gemeente te zeggen.

“Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert,  laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.” (Mattheus 18:17)

Het is wel van belang deze tekst nog steeds te bezien in het licht dat ‘één gezondigd heeft’. Dus ingeval duidelijk is dat een broeder of zuster een verwijtbare schuld heeft en daarin volhardt (waar geen vergeving voor gevraagd wordt). In dat geval kan er aanleiding zijn dit bekend te maken in de gemeente.

Bedacht dient te worden dat hier dan wel sprake is van een uitzonderlijke situatie: een inmiddels hoog opgelopen conflict die het bereik van de partijen onderling te boven is gegaan. Een aanhoudend conflict dat de gehele gemeente als het ware infecteert, en een gevaar vormt voor de vrede en eenheid binnen de gemeente, of een groot deel daarvan. Om die vrede en eenheid te bewaren, kan er in deze situaties reden zijn om dit bekend te maken aan de gemeente.
Het spreekt voor zich dat hier zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Een situatie tussen broeders en zuster onderling, hoe groot door henzelf ook wordt beleefd, is zomaar geen reden om daar de gemeente bij te betrekken. Het gevaar bestaat juist dan dat dit veel vragen oproept en de zaak uiteindelijk veel gecompliceerder maakt.   

4.    De rol van het bestuur
Eén van de doelstellingen van dit beleidsdocument is om duidelijkheid te scheppen voor elkaar in wat we in conflictsituaties van elkaar mogen verwachten als de leden van de EGB, maar ook van het bestuur van de EGB (specifieker: de oudstenraad). Zeker ingeval van verstoorde verhoudingen is het van belang vooraf helder te hebben wat van elkaar verwacht mag worden. Dat voorkomt immers teleurstellingen achteraf.

Hierboven, in paragraaf 3.1, werd al duidelijk dat de eerste verantwoordelijkheid bij ons zelf ligt. Ook artikel 10 sub a van de Statuten van de EGB gaat ervan uit dat partijen eerst met elkaar praten:

‘Wanneer gemeenteleden met elkaar een conflict hebben waar ze in onderling overleg niet uit komen, dan zal de oudstenraad trachten te voorzien in bemiddeling’.

Dus wanneer partijen er onderling niet uitkomen, pas dan kan een beroep gedaan worden op de oudstenraad. De oudstenraad kan voorzien in bemiddeling. Dat ‘voorzien in bemiddeling’ kan ook daaruit bestaan dat gezocht wordt naar hulp van buiten de gemeente.
De oudstenraad beschouwt het als een ernstige zaak wanneer leden van de EGB onderling een ‘niet-onderling-oplosbaar’ geschil hebben. Gevraagde bemiddeling dient daarom op zorgvuldige wijze te worden uitgevoerd. Naar gelang de aard en omvang van het geschil vraagt dit goede vaardigheden van de bemiddelaar. Bovendien dient de bemiddelaar een zoveel mogelijk onafhankelijke rol te spelen. De voorkeur van de oudstenraad gaat er dan ook naar uit om conflictbemiddeling zo veel mogelijk neer te leggen bij een externe onafhankelijke derde, van buiten de EGB. Ingeval oudsten zelf een bemiddelende rol gaan spelen, ontstaat het gevaar dat deze zelf onderdeel kunnen gaan uitmaken van het conflict en / of de neutraliteit naar de betrokken en niet-betrokken leden kunnen verliezen of althans de schijn daarin tegen zich krijgen.  
Dat wil overigens niet zeggen dat oudsten niet betrokken mogen en moeten blijven bij het verloop van het bemiddelings- en herstelproces. Dat past bij haar zorgende taak om toe te zien op het geestelijke welzijn van haar leden.

Verder bepaalt artikel 10 van de statuten onder c dat wanneer de oudstenraad zelf partij is bij een conflict in de gemeente, ze eveneens de hulp dient in te roepen van een onafhankelijke derde. Dat dient niet alleen te gelden voor de oudstenraad, maar voor het gehele bestuur van de EGB (zie noot 1). Overigens geldt ook daarbij dat eerst gepoogd moet worden om er onderling uit te komen.  

5.     Gedurende het proces
Ingeval sprake is van een conflictsituatie vraagt de weg van herstel en verzoening vaak tijd. Voor buitenstaanders kan snel de neiging bestaan om situaties eenvoudiger voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn. ‘Bovendien is de opdracht tot vrede en verzoening vanuit de Bijbel toch zo duidelijk?’ Zeker, dat laatste is waar. Toch dienen we respect te hebben voor een te doorlopen traject, een periode van rust, van geduld en herstel. Er is meer dan eens langer de tijd nodig om situaties op te lossen, om tot inzichten te komen, om tot persoonlijke genezing te komen, en vervolgens om uiteindelijk weer tot vrede met elkaar te kunnen komen. De neiging om te ‘versimpelen’ verandert vaak wanneer we zelf in soortgelijke omstandigheden terecht komen. Dan blijkt de praktijk weerbarstiger dan de theorie, dan blijkt de toepassing van Bijbelse principes lastiger dan gedacht.
Gedurende die periode van herstel en verzoening kan het voor de betrokken partijen verstandig zijn om ook zichzelf de rust en bescherming te gunnen, door tijdelijk de luwte te zoeken ten aanzien van het uitoefenen van bepaalde gemeentelijke activiteiten.
Zeker wanneer de betrokkenen bepaalde functies vervullen met een meer prominent karakter, kan het beter zijn dat hij of zij zich (tijdelijk) terugtrekt of kan dat aanleiding zijn voor het bestuur van de EGB om daartoe te verzoeken.
Uiteraard geldt dit niet voor alle gevallen en zal er, zo aan de orde, een zorgvuldige afweging gemaakt moeten worden, zowel in het belang van de betrokkenen als in het belang van de gehele gemeente.  

6.    Slot
Er rust veel zegen op een gemeente waar broeders en zusters in liefde en vrede met elkaar ‘eensgezind samenwonen’…. ‘Want daar gebiedt de Here de zegen en het leven tot in eeuwigheid’ (Psalm 133). Dat mogen we elkaar toewensen en toebidden. Laten we erop toezien dat de satan geen kans krijgt zijn naam waar te maken en onrust of verdeeldheid te zaaien binnen onze gemeente (de benaming ‘satan’ komt immers uit het Hebreeuws en betekent naast ‘tegenstander’ ook 'scheidingmaker’).

Maar laat, voor zover het van u en jou afhangt, de liefde, vrede en eenheid binnen onze gemeente een levend getuigenis vormen voor God, voor elkaar en voor de mensen om ons heen, tot opbouw van Zijn Koninkrijk en tot verheerlijking van Zijn Naam!