‘Om de lieve vrede’

Onderwerp: Omgaan met conflicten
Datum: September 2015, Zaltbommel
Versie: 1
Opgesteld door: Evangelische Gemeente Bommelerwaard ‘Kerk met passie’ te Zaltbommel


1.    Inleiding
De gemeente van Christus is een gemeenschap van mensen. Mensen die gemeen hebben God te willen dienen, Jezus Christus te willen navolgen. De gemeente is een plaats van ontmoeting met God en met elkaar, een plaats van samenwerking, van toerusting, van projecten en initiatieven, en een plaats van omzien naar elkaar. Het is van belang dat dit gebeurt in een sfeer van liefde en geloof, van vrede en veiligheid.

De gemeente van Jezus Christus is ook een plaats waar mensen gewoon echt mens zijn, vaak in grote diversiteit. Mensen die verschillende achtergronden hebben, mensen die kwetsbaar zijn, mensen die dominant zijn, mensen die stellig zijn of juist niet, mensen die ouder zijn, mensen die jonger zijn, mensen die beschadigingen hebben opgelopen in het leven, mensen die veel bereikt hebben in hun leven, mensen die mondig zijn, mensen die wat minder mondig zijn, mensen die werkeloos zijn, mensen die het maatschappelijk goed gaat, mensen die eenzaam zijn, mensen die dat niet zijn, mensen met veel bijbelkennis, mensen met wat minder bijbelkennis, …. En zo kunnen we nog even doorgaan.  

Vanwege al die verschillen kunnen zomaar, soms uit het niets, meningsverschillen ontstaan, ruzietjes of heuse conflicten. Dat is menselijk. Allemaal niet heel erg zolang er op tijd goed mee omgegaan wordt. Maar helaas worden conflicten soms niet uitgepraat. Of ze worden, soms bedekt en soms openlijk bestreden met ‘geestelijke strijdbijlen’. Het gevolg is een verlies aan vertrouwen en verbondenheid: tussen leden onderling, of tussen leden en leidinggevenden, of tussen leidinggevenden onderling.

Toch kan juist de gemeente van Jezus Christus de plaats zijn waar vrede heerst, vrede kan worden gemaakt en vrede kan worden onderhouden. Het zou als het goed is de plek moeten zijn waar mensen werk maken van verzoening en heling. De plaats waar geborgenheid en veiligheid de weg opent voor herstel. Dat is helemaal niet eenvoudig en kost vaak veel moeite en verdriet. Herstel echter brengt mensen weer bij elkaar en brengt mensen dichter bij God.

Als Evangelische Gemeente Bommelerwaard (hierna: EGB) vinden wij het belangrijk om een aantal (Bijbelse) richtlijnen en principes te geven ingeval er binnen de EGB sprake is van verstoorde verhoudingen en of van oplopende meningsverschillen. Dit document bevat geen uitgebreide uiteenzetting over mogelijke achtgronden van conflicten en meningsverschillen, en vervolgens van mogelijke oplossingsrichtingen. Dat zou onmogelijk zijn, omdat elk geval weer op zichzelf staat. Wel geeft dit document richting over de weg die de betrokkenen mag gewezen worden, vanuit Bijbels perspectief.

De EGB wil een laagdrempelige gemeente zijn, waar iedereen welkom is en waar iedereen zich zo goed mogelijk thuis voelt. Het mooie en tegelijkertijd uitdagende kenmerk van de EGB is haar diversiteit. Veel verschillende mensen, met veel verschillende achtergronden en geloofsbelevingen. Om die reden is het belangrijk om de vrede te bewaren en ook de inhoud van dit document ter harte te nemen.


2.    Wat zegt de Bijbel?
2.1    Een aantal teksten
Het is niet heel moeilijk om talloze teksten te citeren vanuit de Bijbel waarin God ons oproept om de vrede te bewaren, de naaste te vergeven en zelfs vijanden lief te hebben. Hoewel de meesten van ons daarmee bekend zijn, toch nog een aantal bekende en heel ‘uitgesproken’ Schriftgedeelten hierover:

"Toen kwam Petrus bij Hem (Jezus) en zei: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zei tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal…" (Mattheüs 18:21-22)

"Wees in plaats daarvan vriendelijk en liefdevol voor elkaar. Vergeef elkaar, zoals God uw zonden heeft vergeven om wat Christus voor u deed…" (Efeze 4:32)

"Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar bij het altaar achter, en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave.” (Matthëus 5:23-24)

“Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen.” (Romeinen 12: 17 en 18)

Dit zijn belangrijke teksten over vrede, vergeving en verzoening. Deze teksten kunnen moeiteloos aangevuld worden met nog veel meer gedeelten uit de Bijbel. Daarbij is het overigens wel steeds van belang om de context van het bijbelgedeelte goed in ogenschouw te nemen. Het gevaar bestaat om slechts de meest passende teksten te gebruiken (soms: misbruiken) voor het eigen gelijk. Hoewel van boven geciteerde teksten toch gezegd mag worden dat deze een meer algemene geldingskracht hebben en ons allen iets te zeggen hebben.

2.2    Principe van genade, fundament van Gods Koninkrijk
Zoals opgemerkt, zullen de meeste mensen bekend zijn met deze teksten. Als u of jij dit leest, en zelf betrokken bent in een conflict, kunnen deze teksten best confronterend zijn. Je weet hoe het moet, wat de Bijbel zegt, en hoe Jezus het ons heeft voorgeleefd, maar in de praktijk blijkt de toepassing ervan zo lastig. Omdat er zoveel pijn is, omdat er zoveel beschadigd is, of omdat het misschien al jaren voortduurt. Daar willen we oog voor hebben en houden. Tegelijkertijd ligt daar juist ook een groot spanningsveld. Gods Woord is vaak heel helder en ook scherp over de oproep tot vrede en verzoening. Hierboven citeerden we Mattheus 18, waarin Jezus zegt dat we elkaar niet zevenmaal, maar zeventig maal zevenmaal moeten vergeven. Oftwel: altijd. Is dat mogelijk? Kan dat gevraagd worden van mensen? Ja, blijkbaar wel. Waarom? Direct daarna, in vers 23, vertelt Jezus een gelijkenis over een ‘zeker koning die afrekening wilde houden met zijn slaven’. Er was één slaaf die zijn schuld niet kon betalen. ‘De heer van deze slaaf was innerlijk met ontferming bewogen, liet hem gaan en schold hem de schuld kwijt’. Vervolgens ging die slaaf (slaaf A) naar een andere slaaf (slaaf B), en eiste de schuld op van die medeslaaf (slaaf B). Blijkbaar had die medeslaaf (slaaf B) een schuld bij die slaaf van wie de heer zijn schuld kwijtgescholden had (dus bij slaaf A). Zijn heer werd boos. Terecht toch? Want de heer vergaf slaaf A, maar slaaf A vergaf niet collega-slaaf B. Als we het zo lezen, begrijpen we goed waarom de heer boos werd.

“En zijn heer, boos als hij was, gaf hem aan de pijnigers over, totdat hij alles wat hij hem schuldig was, betaal zou hebben. Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft.” (Mattheus 18: 34 en 35)

De toepassing van deze gelijkenis is helder. Hier vertelt Jezus het fundament van Evangelie, het fundament van Gods Koninkrijk. Wij allemaal zijn die schuldige slaven. God vergeeft die schuld, hen die daarom vragen. Hij schelt het kwijt. Dan kan het niet zo zijn, zo zegt Jezus, dat mensen elkaar niet hoeven te vergeven. Waarom zou God de mensen moeten vergeven, en de mensen elkaar niet hoeven te vergeven? Dat gaat kennelijk te ver in Gods Koninkrijk.

Het is zo belangrijk dit te benadrukken en te beseffen. Hoe belangrijk het is om ons te realiseren hoe groot Gods genade en vergeving voor ons was. En hoe genadig en liefdevol God voor ons is geweest, dat Hij door het offeren van Zijn Eigen Geliefde Zoon, bereid is geweest ons de schuld te vergeven. Wanneer we dit principe van genade begrijpen, zal dat kunnen helpen om de weg van verzoening te gaan met onze naaste. Dan zal het nog steeds lastig zijn en misschien geduld en tijd vragen. Maar dat was het voor God ook! Hij gaf Zijn geliefde Zoon over aan de dood. Zo ver ging God voor ons.

Op de consequentie moet ook gewezen worden. Die noemt Jezus in Mattheus 6 vers 15:  

“Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven.”
 
Het is van belang Jezus’ woorden over schuld, genade en vergeving ter harte te nemen. Zo wordt Gods Koninkrijk gebouwd en, hopelijk, ook steeds meer zichtbaar binnen onze gemeente.

3.    Drie  stappen
De Bijbel geeft ons gelukkig ook handvatten om de verzoeningsprincipes van Gods Koninkrijk te kunnen toepassen. Goed om stil te staan bij het onderwijs dat Jezus ons zelf gaf, vanuit Mattheüs 18:15-22. De Here Jezus zegt heel weinig over hoe het binnen de christelijke gemeente zou moeten toegaan, wat betreft bijvoorbeeld orde of structuren. Paulus zegt daarover meer, in de verschillende brieven die hij schreef. Jezus gaf echter wel richtlijnen over de stappen die binnen een gemeente gezet moeten worden als er sprake is van een conflict of een oplopend meningsverschil onder broeders of zusters. We lezen dat in Mattheus 18 : 15 - 20. Dit tekstgedeelte wordt voorafgegaan door de vraag van de discipelen wie toch de belangrijkste is in het Koninkrijk der hemelen. Het antwoord van Jezus luidt: ‘wie zich kan vernederen als een kind’. Vervolgens vertelt Jezus de gelijkenis over het verloren schaap. Jezus wil dat niemand verloren gaat. Tegen die achtergrond, van de nederige houding van een kind en van Jezus’ wens dat zelfs ‘het kleinste schaap’ niet verloren gaat, leert Jezus ons in conflictsituaties drie stappen te zetten.  

3.1    Neem zelf initiatief
Jezus roept ons op om zelf een eerste stap te zetten richting de broeder of zuster die het betreft:

“Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen.” (Mattheus 18 vers 15)

De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de broeders of zusters (die een conflict hebben) zelf. Dit gedeelte gaat kennelijk over een duidelijke schuldige: ‘een broeder die tegen u gezondigd heeft’. Maar ook als de schuld niet zo duidelijk ligt, kan dit principe worden toegepast. Eerst zelf initiatief nemen om tot een gesprek te komen. Dat vraagt moed en kracht. Dat vraagt vaak ook een bepaalde vorm van zelfverloochening. Van kruis opnemen, zoals Jezus ons leerde.

Overigens behoeft het niet zo te zijn dat er altijd sprake is van ‘schuld’ van één of van beide partijen. De verwijdering tussen mensen kan ook zitten in een misverstand of in een meningsverschil. Vaak gebaseerd op een verschil in communicatie, of op een verschil in manier van benaderen of van werken. Het voert te ver om daar dieper op in te gaan. In elk geval als er sprake is van ‘iets’ (Mattheus 5:23), namelijk ‘iets’ dat verwijdering of verwijten of onvrede of conflicten geeft onderling, dan kan dat al aanleiding zijn om met uw broeder of zuster in gesprek te gaan.    

3.2    Betrek er een ander bij
Ingeval het niet lukt om met de broeder of zuster zelf in gesprek te gaan, of ingeval een onderling gesprek niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, lezen we in Mattheus 18 vers 16 de tweede stap:

“Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat.”

Kenmerk van een conflict is dat partijen die ermee te maken hebben niet meer goed met elkaar kunnen communiceren. Emoties spelen meermaals een te grote rol. Daardoor kan de brug, de verbinding naar de ander niet meer gelegd worden. Het begrijpen van elkaar is niet meer mogelijk en het contact tussen elkaar wordt uiteindelijk verbroken.

Juist dan is het verstandig daar een derde partij bij te betrekken. Iemand die in staat is de gesprekken met beide partijen aan te gaan. Misschien eerst met een ieder afzonderlijk en later in het proces met elkaar. Via een creatieve manier van communicatie, via specifieke methoden, kan vaak de weg naar herstel, of een begin daarvan, gevonden worden.
 
Het is geen schande, of teken van zwakte, om een derde partij in te schakelen. Juist het tegenovergestelde is waar. In veel gevallen is dit zeer verstandig en moedig om een derde broeder of zuster in te schakelen, als onderlinge gesprekken zijn vastgelopen. Jezus roept echter wel op om zelf dat initiatief te nemen, om die derde erbij te betrekken. Net als bij stap 1 (paragraaf 3.1) ligt daar dus een eigen verantwoordelijkheid.  

3.3    Zeg het dan de gemeente
Wanneer stap 1 en 2 niet tot een oplossing hebben geleid, houdt Jezus ons voor om het tegen de gemeente te zeggen.

“Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert,  laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.” (Mattheus 18:17)

Het is wel van belang deze tekst nog steeds te bezien in het licht dat ‘één gezondigd heeft’. Dus ingeval duidelijk is dat een broeder of zuster een verwijtbare schuld heeft en daarin volhardt (waar geen vergeving voor gevraagd wordt). In dat geval kan er aanleiding zijn dit bekend te maken in de gemeente.

Bedacht dient te worden dat hier dan wel sprake is van een uitzonderlijke situatie: een inmiddels hoog opgelopen conflict die het bereik van de partijen onderling te boven is gegaan. Een aanhoudend conflict dat de gehele gemeente als het ware infecteert, en een gevaar vormt voor de vrede en eenheid binnen de gemeente, of een groot deel daarvan. Om die vrede en eenheid te bewaren, kan er in deze situaties reden zijn om dit bekend te maken aan de gemeente.
Het spreekt voor zich dat hier zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Een situatie tussen broeders en zuster onderling, hoe groot door henzelf ook wordt beleefd, is zomaar geen reden om daar de gemeente bij te betrekken. Het gevaar bestaat juist dan dat dit veel vragen oproept en de zaak uiteindelijk veel gecompliceerder maakt.   

4.    De rol van het bestuur
Eén van de doelstellingen van dit beleidsdocument is om duidelijkheid te scheppen voor elkaar in wat we in conflictsituaties van elkaar mogen verwachten als de leden van de EGB, maar ook van het bestuur van de EGB (specifieker: de oudstenraad). Zeker ingeval van verstoorde verhoudingen is het van belang vooraf helder te hebben wat van elkaar verwacht mag worden. Dat voorkomt immers teleurstellingen achteraf.

Hierboven, in paragraaf 3.1, werd al duidelijk dat de eerste verantwoordelijkheid bij ons zelf ligt. Ook artikel 10 sub a van de Statuten van de EGB gaat ervan uit dat partijen eerst met elkaar praten:

‘Wanneer gemeenteleden met elkaar een conflict hebben waar ze in onderling overleg niet uit komen, dan zal de oudstenraad trachten te voorzien in bemiddeling’.

Dus wanneer partijen er onderling niet uitkomen, pas dan kan een beroep gedaan worden op de oudstenraad. De oudstenraad kan voorzien in bemiddeling. Dat ‘voorzien in bemiddeling’ kan ook daaruit bestaan dat gezocht wordt naar hulp van buiten de gemeente.
De oudstenraad beschouwt het als een ernstige zaak wanneer leden van de EGB onderling een ‘niet-onderling-oplosbaar’ geschil hebben. Gevraagde bemiddeling dient daarom op zorgvuldige wijze te worden uitgevoerd. Naar gelang de aard en omvang van het geschil vraagt dit goede vaardigheden van de bemiddelaar. Bovendien dient de bemiddelaar een zoveel mogelijk onafhankelijke rol te spelen. De voorkeur van de oudstenraad gaat er dan ook naar uit om conflictbemiddeling zo veel mogelijk neer te leggen bij een externe onafhankelijke derde, van buiten de EGB. Ingeval oudsten zelf een bemiddelende rol gaan spelen, ontstaat het gevaar dat deze zelf onderdeel kunnen gaan uitmaken van het conflict en / of de neutraliteit naar de betrokken en niet-betrokken leden kunnen verliezen of althans de schijn daarin tegen zich krijgen.  
Dat wil overigens niet zeggen dat oudsten niet betrokken mogen en moeten blijven bij het verloop van het bemiddelings- en herstelproces. Dat past bij haar zorgende taak om toe te zien op het geestelijke welzijn van haar leden.

Verder bepaalt artikel 10 van de statuten onder c dat wanneer de oudstenraad zelf partij is bij een conflict in de gemeente, ze eveneens de hulp dient in te roepen van een onafhankelijke derde. Dat dient niet alleen te gelden voor de oudstenraad, maar voor het gehele bestuur van de EGB (zie noot 1). Overigens geldt ook daarbij dat eerst gepoogd moet worden om er onderling uit te komen.  

5.     Gedurende het proces
Ingeval sprake is van een conflictsituatie vraagt de weg van herstel en verzoening vaak tijd. Voor buitenstaanders kan snel de neiging bestaan om situaties eenvoudiger voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn. ‘Bovendien is de opdracht tot vrede en verzoening vanuit de Bijbel toch zo duidelijk?’ Zeker, dat laatste is waar. Toch dienen we respect te hebben voor een te doorlopen traject, een periode van rust, van geduld en herstel. Er is meer dan eens langer de tijd nodig om situaties op te lossen, om tot inzichten te komen, om tot persoonlijke genezing te komen, en vervolgens om uiteindelijk weer tot vrede met elkaar te kunnen komen. De neiging om te ‘versimpelen’ verandert vaak wanneer we zelf in soortgelijke omstandigheden terecht komen. Dan blijkt de praktijk weerbarstiger dan de theorie, dan blijkt de toepassing van Bijbelse principes lastiger dan gedacht.
Gedurende die periode van herstel en verzoening kan het voor de betrokken partijen verstandig zijn om ook zichzelf de rust en bescherming te gunnen, door tijdelijk de luwte te zoeken ten aanzien van het uitoefenen van bepaalde gemeentelijke activiteiten.
Zeker wanneer de betrokkenen bepaalde functies vervullen met een meer prominent karakter, kan het beter zijn dat hij of zij zich (tijdelijk) terugtrekt of kan dat aanleiding zijn voor het bestuur van de EGB om daartoe te verzoeken.
Uiteraard geldt dit niet voor alle gevallen en zal er, zo aan de orde, een zorgvuldige afweging gemaakt moeten worden, zowel in het belang van de betrokkenen als in het belang van de gehele gemeente.  

6.    Slot
Er rust veel zegen op een gemeente waar broeders en zusters in liefde en vrede met elkaar ‘eensgezind samenwonen’…. ‘Want daar gebiedt de Here de zegen en het leven tot in eeuwigheid’ (Psalm 133). Dat mogen we elkaar toewensen en toebidden. Laten we erop toezien dat de satan geen kans krijgt zijn naam waar te maken en onrust of verdeeldheid te zaaien binnen onze gemeente (de benaming ‘satan’ komt immers uit het Hebreeuws en betekent naast ‘tegenstander’ ook 'scheidingmaker’).

Maar laat, voor zover het van u en jou afhangt, de liefde, vrede en eenheid binnen onze gemeente een levend getuigenis vormen voor God, voor elkaar en voor de mensen om ons heen, tot opbouw van Zijn Koninkrijk en tot verheerlijking van Zijn Naam!