vliegen2Het zal u waarschijnlijk niet ontgaan zijn, mij in ieder geval niet. De  voorruit van de auto zit gedurende de zomermaanden niet meer zo vol met dode vliegen dan 20 jaar geleden. Om de voorkant van mijn auto te ontdoen van al die dode beestjes was een hele klus. Een hulpmiddeltje was met een oude nylonkous en veel water er goed over te wrijven tijdens het wassen.

“We gaan vliegen”, antwoordde de buurman, gevraagd naar zijn vakantieplannen. Daar klopt uiteraard niets van. U en ik en dus ook de buurman gaan niet vliegen. We worden gevlogen. Toch is het een gebruikelijke manier van spreken.  Zou dat kunnen zijn omdat we onszelf onbewust gerust willen stellen? De indruk willen wekken de regie nog in handen te hebben? Ook wanneer we de lucht in gaan?

30daysofbiblelettering josje

 

Ik ben helemaal dol op handletteren. Deze hobby heb ik ongeveer een jaar geleden ontdekt. Via Instagram. Ik zag toevallig wat mooie afbeeldingen voorbij komen. Ben toen ook wat mensen gaan volgen. En dan krijg je voorstellen om anderen ook weer te volgen. Zo slim is Insta ook weer. Ze weten van alles van je.

Als plattelandsmeid vind ik het heerlijk buiten te struinen. Een waterig zonnetje staat aan de hemel en er staat een stevige koude wind. Dat is niet erg, zolang de donkere wolken die boven de brug hangen, maar niet gaan huilen. Die wolken houd ik nauwlettend in de gaten terwijl ik met mijn niet flatteuze wandelschoenen er op uittrek.

WhatsApp Image 2018 05 07 at 20.59.57‘Leef alsof het je laatste dag is, leef alsof de morgen niet bestaat!’

Deze woorden van André Hazes junior schallen regelmatig door ons huis, sinds zoonlief een vriendje heeft dat Hazesfan is. Het klinkt best bijbels: leven alsof het je laatste dag is. Toch bedoelt Dré het ietwat anders dan de Bijbel ons leert. Niet voor niets zingt hij even verderop ‘Pak alles wat je kan.’ Het is de boodschap van deze wereld: verzamel schatten op aarde en geniet ervan, want hierna ben je alles kwijt…

We hebben een TV in de nieuwe aanbouw van ons huis gezet. En we hoefden niet, zoals ik aannam, onder het huis door te kruipen om er een kabel naar toe te trekken. Ik zou met mijn lichte vorm van claustrofobie dat sowieso niet zelf hebben gedaan. “Niet nodig mijnheer. Voor een paar tientjes extra kan dat allemaal draadloos”, verzekerde de KPN-monteur mij opgewekt. Ik zag geen stofje op zijn blauwe werkbroek. Dat had me tot nadenken moeten stemmen. Achteraf vermoed ik dat hij, gedreven door zijn eigen claustrofobische angsten, alle klanten handig een draadloos setje weet te verkopen.

regen

Ik heb een stomme fout gemaakt. Een hele stomme fout. En ik zou willen dat ik het ongedaan kon maken. Je weet wel, heel even de tijd terugdraaien en het net even anders doen. Oh, kon dat maar….