Niets irritanter dan een zoemende vlieg in je werkkamer. Ik probeer ergens over te denken, iets op te schrijven maar de draad van mijn gedachten wordt telkens overgenomen door het gezoem van dat insect. Als een reclame-vliegtuigje dat met een wapperende boodschap over het strand vliegt, zo gaat die vlieg er telkens vandoor met mijn overpeinzingen. Met veel moeite bedenk ik een volzin, maar voordat ik dat uiterst breekbare gedachtengoed op het papier heb kunnen vastleggen, ben ik het alweer kwijt. Die vlieg moet weg.

Eigenlijk, merkwaardig genoeg, vindt die vlieg dat ook. Hij (of zij) doet ook pogingen om te vertrekken, vliegt daartoe naar de ruit, in de overtuiging dat hem daar vrije toegang zal worden verstrekt, maar stoot aldaar krachtig het vliegenhoofd. Verdwaasd, met een lichte hersenschudding en hevig zoemend begint hij dit doorzichtige, maar uiterst misleidende materiaal af te tasten. Het resultaat is onbevredigend;  vermoeid en gedesillusioneerd vliegt hij na een tijdje terug de kamer in, neemt plaats op een vergeelde uitgave van de weemoedige gedichten van Piet Paaltjens en evalueert zijn ontsnappingsstrategie. Blijkbaar zonder veel vrucht, want na minder dan een minuut vliegt hij weer naar het raam, om daar, opnieuw, met veel gegons, het onmogelijke te proberen.

Ik waardeer zijn pogingen en besluit om zowel hem als mijzelf een dienst te bewijzen door het raam te openen. Dat doet de zaak echter geen goed. De plotselinge bewegingen van het glaswerk geven hem het gevoel van een aardbeving; hij trekt zich terug in een hoek van de kamer en laat zich zeker vijf minuten lang niet meer horen of zien. “Ik wil je helpen sufferd” zeg ik, maar vind geen gehoor. Het raam moet weer dicht, anders krijg ik nog meer tweevleugeligen op bezoek.

Het vervolg laat zich dromen. Na een tijdje is die deerniswekkende vlieg al het leed vergeten en hervat hij zijn luidruchtige, tot mislukken gedoemde pogingen om via het glas de tuin in te vliegen, ik erger mij en probeer zijn bevrijding te bewerkstelligen, maar hij herkent in die reus en die aardbeving geen oplossing en vlucht keer op keer.
De vlieg heeft een probleem, de reus heeft de oplossing, maar de vlieg lijkt die niet te willen horen.

L. Slot

Lees hier de vorige columns.