Het is altijd weer een kunst – vind ik - om rond feestdagen je boodschappen te halen. Dit jaar hadden we het goed gepland, zodat we elke stress zouden vermijden. Samen met mijn man ging ik de maandagochtend al (3 dagen voor kerst!), mijn kerstinkopen doen. Nota bene: allebei met een eigen kar!!!

Een tikje gênant vond ik het, maar mijn man had daar geen last van. Telkens als ik hem tegenkwam in de winkel, begon hij uitgebreid te overleggen over onze boodschappen lijst (oké, lijsten). Maar het was gelukt: in alle rust konden wij de boodschappen in de auto laden (best logisch: op maandagochtend net na openingstijd!)

Op het parkeerterrein van de supermarkt passeren we een blinde bocht, er is een 'verkeersspiegel' opgehangen om het tegenliggend verkeer toch te kunnen zien.
Mijn gedachten dwalen af: ik vertrouw blindelings op die spiegel. Hij weerspiegelt voor mij de werkelijkheid aan de andere kant en geeft inzicht in het - voor mij - onzichtbare.
Ik weet het al van kinds af aan: God is ook te vertrouwen. God is zo'n spiegel in mijn leven. Als ik niets kan zien en niet weet hoe ik verder moet, dan vertrouw ik op Hem. Dat kan zijn door wat ik in de kerk gehoord heb of door iets wat ik in de bijbel lees....Dat lijkt net zo simpel als op die spiegel vertrouwen. Meestal voelt dat niet zo; mijn spiegel heeft soms barsten en is geregeld smerig en dan kan het zo maar gebeuren dat ik het even niet meer zie zitten.

Dat lijkt me de grote boodschap van kerst: toen onze spiegels zo smerig geworden waren, verweerd en gebarsten... toen zond God zijn zoon. Hij kwam om ons zicht te geven op een leven met God als Vader, om alle vuiligheid af te wassen en de gebrokenheid in onze levens te herstellen. De zoon kwam.... en nu kunnen wij weer zien.

Eenmaal thuis, proppen we onze kasten vol – en bedenk ik nog iets over die spiegel:
... je moet wel kijken – meestal hangen ze hoog!

Astrid

Lees hier de vorige columns.