Ik ben, zoals dat heet, nogal onhandig. Een vervelende handicap met een scala aan uittingsvormen. Variërend van het onvermogen om een schilderijtje op te hangen tot het vermogen om zelfs in mijn eigen dorp de weg kwijt te raken. Ik noem maar twee uitersten.

In mijn beperkte kring heeft mijn onhandigheid een zekere roem verworven. Men is het gaan herkennen als Fenomeen. Ik ben er van overtuigd dat ik een uitstekend onderwerp zou zijn voor een nog op te richten universitaire faculteit Onhandigheids-kunde. De kernvragen liggen daarbij voor de hand. Is Onhandigheid aangeboren? Is het af te leren (of misschien zelfs aan te leren; in dat geval ligt er voor mij nog een gouden carrière in het verschiet, tenminste als een goed reclame-bureau er in slaagt de Onhandigheid als gewenst, status-verhogend artikel te profileren)? Is het een kwestie van onwil (zoals sommigen van mijn geïrriteerde vrienden menen)?

Een voorbeeld! De deur van onze slaapkamer sluit niet goed. Er zijn mensen, u waarschijnlijk, die in zo’n geval de deur aan een kritisch onderzoek onderwerpen, de oorzaak van het probleem achterhalen en vervolgens tot reparatie overgaan. Een authentieke Onhandige ziet het niet sluiten van die deur echter niet als een oplosbaar probleem, maar als een gegeven waarbij hij zich neer zal moeten leggen. Een natuurverschijnsel. Hij denkt niet: hoe ga ik de deur maken, maar: hoe ga ik mijn leven inrichten rond deze niet-sluitende deur. Een essentieel verschil.

Een Onhandige heeft, het woord zegt het al, de materiële wereld niet in de hand. Hij weet dat er elke dag weer dingen kunnen gebeuren die zijn beperkte mogelijkheden te boven gaan. Nu geldt dat natuurlijk voor iedereen. Want hoe zelfverzekerd sommigen van ons zich ook in deze zichtbare wereld begeven, uiteindelijk zijn we allemaal even zwak en kwetsbaar en afhankelijk. Een waarheid als een koe, maar de Onhandige is het zich waarschijnlijk net iets meer bewust. En dat is een waardevol geestelijk bezit.

L. Slot

Lees hier de vorige columns.