In deze periode van het jaar loopt er bij ons achter op de dijk altijd een kudde schapen met lammeren tussen onze eigen geiten.  Behalve een dijk vol schapenpoep, grote wolken irritante vliegen en af en toe een verdwaald schaap in de tuin is het altijd een hele leuke tijd. In de avond en ochtendschemering leveren de silhouetten van de schapen prachtige beelden op. Lammeren stuiteren op vier poten tegelijk de dijk op en neer, jagen achter elkaar aan en proberen het liefst met zijn achten tegelijk op de stomp van een afgezaagde boom te klimmen. En wanneer er een te dicht bij een van onze geiten komt, kan je ook nog wel eens een sik zien flitsen en een lam door de lucht zien vliegen.

Het is ook altijd een aandoenlijk tafereel wanneer een lam de ooi denkt kwijt te zijn. Luid blèrend wacht zij op het geblaat van de ooi, die ook alleen maar op haar eigen lammeren reageert en niet op anderen. De ooi wordt vervolgens begroet met een woest gebonk tijdens het drinken aan de uier. Ze ondergaat het gelaten en daarna hervat het lam vaak zijn spel en vergeet het de ooi weer.

Afgelopen week stond er een lam onder aan de dijk zo vreselijk overdreven hard en paniekerig te blaten naar haar verdwenen moeder (die maar vijftig meter verderop stond) dat je er bijna de slappe lach van kreeg. Het leek alsof de ooi het maar even liet gaan omdat ze het lam toch wel hoorde roepen en expres haar respons een paar decibel liet zakken om het lam te prikkelen om wat verder om zich heen te kijken. Na een paar keer roepen kreeg het lam het door en rende het vlug naar de moeder.

Is het niet frappant dat de hele bijbel vol staat met schapenverhalen? Herders, schaapskooien, grazige weiden, de herder die de stem kent van alle schapen, die ’s nachts wacht houdt voor de poort van de schaapskooi en een schaap stom voor zijn scheerders; het mannelijk lam zonder gebrek.

Beeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeerend.

Lees hier de vorige columns.