Ooit had ik een boot, een snelle. U weet wel, zo een die een hoop kabaal maakt, grote golven achter zich laat en schandalig veel benzine verbruikt. Op een dag, niet lang geleden, ontdekte ik dat mijn kinderen precies wisten waar de sleutels hingen maar niet zo goed wisten waar je benzine moet tanken. Aangezien mijn kinderen allemaal voor zichzelf zijn begonnen bedacht ik me dat ik wel klaar was met de herrie, de snelheid en het benzineverbruik. Dus ik heb de boot verkocht. Die beslissing beviel mijn kinderen minder maar mij wel goed. Temeer daar ik een goede vriend heb met een boot. En neem van mij aan, de vriendschap met een booteigenaar moet je koesteren.

Er zijn wel wat verschillen tussen mijn ex-boot en de boot van mijn vriend. Die van hem tuft in gezellige slow motion over het water. Ook is het niet zo’n modern polyester ‘dertien in een dozijn boot’. Het is een voormalig sleepbootje waaraan hij veel uurtjes huisvlijt heeft besteed om er een nostalgisch plaatje van te maken. En bij dat alles verbruikt hij ook nog geen vijf procent van wat mijn bootje aan brandstof wist te verslinden.

Ik moest dus even wennen. Want de vaart was eruit als u begrijpt wat ik bedoel. Terwijl we voort tuffen, praten we op het gemak over van alles en nog wat. Dat kan zomaar zonder dat het gebrul van een honderd-pk-motor dat onmogelijk maakt. Liefelijk Hollands landschap glijdt rustig aan ons voorbij, wuivend riet, herkauwende koeien en grazende schapen . We schenken koffie die gewoon op het tafeltje blijft staan, de stroopwafels waaien ook niet overboord. En als de motor midden op de plas ook nog eens helemaal wordt uitgeschakeld hoor je alleen nog stilte, een vogel, kabbelend water tegen de boeg.

Ik weet niet hoe uw vakantie er dit jaar uitziet of heeft uitgezien. Maar ik zou zeggen, vakantie of niet, haal de vaart er eens uit. U verbruikt dan ook veel minder.

L.Slot

Lees hier de vorige columns.