Deze zomer hadden we een beetje een bijzondere vakantie. Door een samenloop van omstandigheden konden we met ons gezin 6 weken op stap. We hebben dit grotendeels benut door met een oude camper door Europa te toeren. Behalve een scala aan landen, streken, steden en zee, goed eten en nog betere wijn, was het ongemerkt ook een periode van bezinning.

Wat mij opviel is dat behalve dat het Europese continent ongelooflijk mooi en divers is, het ook is getekend door het christelijk erfgoed. De samenleving is letterlijk doorvlochten met christelijke invloeden. In elk land, in elk dorp, in elke stad en in elke streek zie je oude kerkjes, kapelletjes, kloosters, abdijen en christusbeeltenissen. Hoe zuidelijker, hoe ouder en soms hoe primitiever en ontdaan van opsmuk.

Ik kom van origine uit een geloofsgemeenschap waar men er zonder daar zoveel woorden aan te wijden, uitdroeg dat hun interpretatie van de bijbel en de daarbij behorende dogma’s de enige juiste waren. Dit maakte elke andere geloofsgemeenschap automatisch vleugellam en al snel afgedaan als naamchristendom. Doordat ik ouder wordt en door vele reizen binnen en buiten Europa, neem ik meer en meer afstand van deze wortels. Ik moet er ook steeds meer om grinniken hoe dwaas zulke exclusieve gedachten eigenlijk zijn omdat ze feitelijk ver bij de kern van het christendom vandaan staan.

In de tussentijd hebben we genoten van de oeroude fresco’s, de Sloveense alpenkerkjes met legers engelen tegen het plafond, de Mariabeelden en de kleine Christuskapelletjes in donkere bossen en langs zonovergoten Toscaanse landweggetjes. In een stil oud kerkje ergens in midden Frankrijk zag ik opeens dat mijn oudste zoon in een smalle strook zonlicht invallend door glas in lood, vol dansende stofdeeltjes, op zijn knieën was gaan zitten en met gebogen hoofd, zijn handen gevouwen stil voor een Christusbeeld zat.

Persoonlijke aanbidding kent vele vormen.

Lees hier de vorige columns.