Daar liggen ze samen… de tijd staat even stil als ik er naar kijk. Mooi zijn ze niet. Ze liggen samen in het laatje van mijn nachtkastje. Het ene is van mijn vader geweest, het andere van mijn moeder. Beide geven niet meer de juiste tijd aan, ze liggen al tijden in deze la. Gewoon, te liggen. Ze hebben geen functie meer. Niemand kijkt er nog op.

Als ik ’s avonds mijn laatje dicht schuif, kijk ik altijd even naar de klokjes. De klokjes herinneren aan de jaren dat de tijd nog baas was in de levens van mijn ouders. Jaren waarin afspraken nagekomen werden en waar de klok het ritme van hun dag bepaalde. Die tijd is voorbij. Oh, de glasplaatjes zijn nog helder, de wijzers zijn nog recht, maar ze zijn compleet overbodig. Modieus zijn ze trouwens niet, de een is nog erger dan de ander: het lijkt een beetje vergane glorie.
Ik vraag me eigenlijk af of de glorie echt vergaan is?! Hoe frustrerend is het dat de tijd ons de baas probeert te worden, ons opjut waar wij zwoegen om zoveel mogelijk op één dag te doen (of dat de tijd juist de vaart compleet uit je dag haalt).
Nee, tijd op zich mag van mij best vergaan. Het lijkt me heerlijk om te bestaan zonder tijd.

De glorie zit ‘m ook niet in de tijd, maar in de herinneringen en vooral in het toekomstperspectief, om te leven na de tijd.

En die glorie vergaat nooit.

Astrid

Lees hier de vorige columns.