Terwijl ik deze column schrijf, liggen we na drie weken zeilen op de Ionische Zee op onze laatste ankerplaats. Een piepklein havenplaatsje genaamd Loggos op het prachtige eilandje Paxos.

Deze vakantie zijn bijna alle maritieme spreekwoorden en gezegden de revue gepasseerd. Het is ons voor de wind gegaan, maar we zijn ook aan lager wal geraakt; in een donkere nacht met onweer, windkracht 7 en dus om beurten ankerwacht in de kuip en een doorwaakte nacht.
We zijn overstag gegaan, hebben het roer omgegooid, lagen stevig achter ons anker, maar het anker heeft ook wel eens flink gekrabd. De beste stuurlui stonden soms aan wal. We hebben daarom ook wel eens bijna iemand kielgehaald en hebben daarna weer bakzeil gehaald. We zijn af en toe vredig onder zeil gegaan, maar hebben ook stevige stormen gehad. Soms was met niemand een land te bezeilen en hebben we daarom maar alle zeilen bijgezet.

Ik moest tijdens die nachtelijke ankerwacht na het afvuren van wat schietgebedjes denken aan dat bekende teken van geloof, hoop en liefde - u weet wel, met dat mooie stevige anker. Elke nachtelijke rolbeweging van het schip, het klapperen van lijnen, het rukken van het staande wand, het kraken van de betimmering, het gorgelen van het water en het rollen van de golven en de donder - we maakten het allemaal tegelijkertijd mee, we zaten in hetzelfde schuitje. We moesten roeien met de riemen die we hadden, maar o wat hield ik van deze riemen.

Zeilen kan mooie metaforen opleveren voor de gemeente.

Behouden vaart.

Berend

Lees hier de vorige columns.