De pensioengerechtigde leeftijd is, zoals u weet, niet meer zo vuurvast als het altijd is geweest. Dus heb ik zelf maar besloten dat ik die leeftijd min of meer heb bereikt. Om mijn gemankeerde pensioen wat aan te vullen ben ik een koeriersbedrijfje gestart. Ik vervoer nu de meest uiteenlopende spoedzaken. Een onderdeel voor een machine. Belangrijke documenten. Dat soort dingen. Maar recent kreeg ik een wel heel opmerkelijk vrachtje te vervoeren: een dode geit. Ze moest naar de preparateur om de nog mooie vacht ‘voor de open haard geschikt’ te maken. En wel graag voordat het beestje onaangenaam zou gaan geuren.

Nu verdiep ik mij nooit in de voorgeschiedenis van alles wat er in mijn bestelwagentje wordt geschoven. Maar de eigenaar informeerde mij terloops over dat wat vooraf ging. De familiegeit was die dag overleden nadat ze uit haar weiland was gebroken. Dat was nergens voor nodig, want binnen de heining kreeg ze alles wat haar hartje begeerde. Ik zou zeggen, een vijf sterren accommodatie. Maar het ontbrak haar blijkbaar toch aan vertrouwen in de goede bedoelingen van haar baas, die overigens Abraham heette. De wat meer Bijbelgetrouwe lezers van deze column weten dat alleen die naam al, haar gerustgesteld en tevreden had moeten houden. ‘Maar,’ hoor ik u zeggen: ‘was Abraham ook niet de man die regelmatig een geitje offerde?’ Bravo voor uw feitenkennis. Maar laten we de Bijbelkennis van de geit nu ook weer niet overdrijven.

Hoe dan ook, op die fatale dag meende ze toch dat het gras bij de buren groener was. Voorbijgaande aan het feit dat ze gezond en wel al zo’n lange tijd op het net zo brede als lange veld van Abraham woonde. Ze moet gedacht hebben: ‘vooruit met de geit’. Dat klinkt doortastender dan het is. Want zoals u inmiddels al begrepen hebt, had die keuze dramatische gevolgen. Ze werd namelijk vergiftigd doordat ze van de verkeerde boom at. Zelfs de minder Bijbelvaste lezers gaat nu een lichtje op, mag ik hopen.

De geit bracht mij onbedoeld tijdens haar levenloze transport tot waardevolle conclusies over het leven. Mocht ik nog eens vinden dat ik het minder heb dan een ander en daarbij overwegen dat ik toch veel beter zou kunnen… als ik maar eens uitbrak. Dan wil ik toch liever eerst eens rustig om mij heen kijken. Hoogstwaarschijnlijk kom ik dan tot de slotsom dat ik mijn figuurlijke geit toch maar gewoon laat waar hij nu is en leef ik mogelijk ook nog langer.

L. Slot

Lees hier de vorige columns.