Hij vertelt over zijn tuin en ik luister geïnteresseerd. We kwamen elkaar even tegen, en lassen spontaan een pauze in bij onze drukke werkzaamheden. Zo te horen heeft hij een behoorlijk grote tuin. Hij vertelt over hoe hij bij het snoeien te werk gaat. Het klinkt als een ordelijke (grote) klus die hij samen met zijn vrouw klaart.

Nieuwsgierig probeer ik erachter te komen of hij ook zo’n motorzaag heeft om heggen te snoeien – manlief heeft die pas ergens op de kop getikt en daar kan ik dan thuis fijn over mee praten.
“Ja, zeker!”, hij heeft ook een motorzaag. Het wordt een uitgebreid en leerzaam verhaal, en ik word zorgvuldig ingewijd in het gebruik van de motorzaag. Belangrijk is ook het vijlen en dan moet je zeker niet het verstek vergeten. Het moet om een vijl gaan die op drie punten vijlt. Dan gaat het goed. En oh ja, je moet zeker ook een zaagbroek aanschaffen.

Serieus sta ik alles te onthouden. Heb me er nooit voor geïnteresseerd, maar nu we er zelf een hebben, zijn er nieuwe tijden aangebroken.

We ronden ons gesprek af, en hij vraagt me nog geïnteresseerd wat voor merk motorzaag we hebben.
“Nou ja, motorzaag”, zeg ik. “Het is echt een apparaat om de heg te knippen, hè.”
“Oh je bedoelt gewoon een heggenschaar???”, vraagt hij stomverbaasd.
“Eh ja, maar dan wel met een benzinemotor; had jij het daar niet over?”
“Nee… die motorzaag is om ons hout te zagen; niet de heg!!”

Zonde! Zonde van de tijd die dit lange gesprek in beslag nam. Voor hem, voor mij.  Voor de bezitter van een motorzaag was het heel nuttig geweest. Nu gaat al die kostbare informatie verloren. Want wat mijn ene oor in kwam, werk ik nu snel het andere oor weer uit.  Paarlen voor de zwijnen zou je kunnen zeggen – maar dat doe ik uiteraard niet omdat ik in dit geval het zwijn zou zijn.

Ik zeg maar zo: “weet wanneer je wel moet luisteren!”.

Astrid

Lees hier de vorige columns.