Het is een heugelijke dag. De aanbouw die achter ons huis gerealiseerd wordt, krijgt vandaag haar plafond. Nu kun je de houten binten en latten onder het dak nog zien zitten. Tussen die latten door lopen diverse kabels. Het lijkt alsof ze zelfstandig hun weg gezocht hebben in verschillende richtingen waar straks licht zal gaan branden. Hier en daar een centrale doos waar de kabels elkaar weer broederlijk hebben teruggevonden. De aanblik toont een heleboel werk waar je na het aanbrengen van het strakke plafond niets meer van ziet. Uren noeste arbeid die je helemaal zult vergeten zodra je in de verwarmde aanbouw op de bank kunt neervallen. Zodra de lichtjes aangaan en je kunt gaan uitkijken op de rustgevende aanblik van onze wintertuin.

lichtbron"O ja," zei de timmerman in de koffiepauze terloops: "ik zou wel de locatie van de centrale dozen noteren." "Hoe dat zo?" vraag ik als technisch analfabeet met twee linkerhanden hulpeloos. De man tegenover me, die kan maken wat zijn ogen zien, kijkt me achter zijn oor krabbend bedenkelijk aan. "Zolang het allemaal werkt is er niets aan de hand. Maar mocht je een keer een storing krijgen dan wil je graag weten waar de centrale dozen zitten." Ik knik begrijpend, dat klinkt plausibel. "Moet ik dan niet alle kabels ook op een tekening zetten," roep ik doortastend. Mijn technische man beseft nu dat hij met een hopeloos geval te maken heeft. Hij neemt nog maar eens een flinke slok van zijn koffie. Vervolgt op de toon waarmee je aan een tweejarige uitlegt wat het verschil is tussen de heet- en koudwaterkraan: "Nee, alleen de dozen. De bron weten is voldoende."

Daar heb ik de rest van de dag veel aan moeten denken. Als er storing is. Als het licht uitvalt. Als je in het donker komt te zitten. Terug naar de bron.
En dan helpt het enorm als je weet waar de bron zich bevindt.


L. Slot