leeuw

Misschien heeft u het filmpje wel gezien, een paar maanden geleden. Een Frans gezin stapt uit de auto tijdens een ritje door Safaripark Beekse Bergen. En dat doen ze niet één, maar zelfs twee keer! Het loopt met een sisser af, maar het beeld van een paar jachtluipaarden die achter hen aanrennen vergeet je niet snel.  

‘Wat bezielde die mensen?’, vroegen veel Nederlanders zich af. Iedereen weet toch dat wilde dieren echt niet zo aaibaar zijn als ze eruitzien? Iedereen weet toch dat je zoiets NIET moet doen, zelfs als staan de parkregels niet in jouw taal bij de ingang? De verbijstering was groot. Hoe dom kon je zijn?

Tijdens het lezen van de eerste brief van Petrus moest ik ineens weer aan dat filmpje denken. Daar waar ik regelmatig zing over de Leeuw van Juda, werd ik door Petrus met een andere leeuw geconfronteerd. ‘De duivel is jullie vijand. Hij zoekt altijd iemand die hij kan vernietigen. Hij is op jacht, als een brullende leeuw. Wees dus verstandig en let goed op. Wees sterk door je geloof en verzet je tegen de duivel.’ (1 Petrus 5:8,9a, Bijbel in gewone taal).

Hoe serieus nemen wij die leeuw? Zijn wij op onze hoede, terwijl wij in deze wereld leven? Hebben wij de parkregels goed gelezen? Of zoeken we net zoals dat Franse gezin vrolijk het gevaar op omdat we denken dat het wel meevalt? Voor een leeuw kun je maar beter oppassen, hoe aaibaar hij er ook uitziet. Petrus windt er geen doekjes om: we moeten verstandig zijn en goed opletten. Als wij sterk zijn in ons geloof, kunnen we ons tegen hem verzetten. Gelukkig hebben wij die andere Leeuw die ons daarbij helpt. En voor Hem geldt: hoe dichterbij, hoe beter!

Viola