Ooit had ik een boot, een snelle. U weet wel, zo een die een hoop kabaal maakt, grote golven achter zich laat en schandalig veel benzine verbruikt. Op een dag, niet lang geleden, ontdekte ik dat mijn kinderen precies wisten waar de sleutels hingen maar niet zo goed wisten waar je benzine moet tanken. Aangezien mijn kinderen allemaal voor zichzelf zijn begonnen bedacht ik me dat ik wel klaar was met de herrie, de snelheid en het benzineverbruik. Dus ik heb de boot verkocht. Die beslissing beviel mijn kinderen minder maar mij wel goed. Temeer daar ik een goede vriend heb met een boot. En neem van mij aan, de vriendschap met een booteigenaar moet je koesteren.

In deze periode van het jaar loopt er bij ons achter op de dijk altijd een kudde schapen met lammeren tussen onze eigen geiten.  Behalve een dijk vol schapenpoep, grote wolken irritante vliegen en af en toe een verdwaald schaap in de tuin is het altijd een hele leuke tijd. In de avond en ochtendschemering leveren de silhouetten van de schapen prachtige beelden op. Lammeren stuiteren op vier poten tegelijk de dijk op en neer, jagen achter elkaar aan en proberen het liefst met zijn achten tegelijk op de stomp van een afgezaagde boom te klimmen. En wanneer er een te dicht bij een van onze geiten komt, kan je ook nog wel eens een sik zien flitsen en een lam door de lucht zien vliegen.

Goedkeurend knik ik naar de bloemen op tafel, ik eet van mijn lunch en praat met enkele collega’s. “Die bloem is prachtig”, mompel ik. Als mijn mond leeg is, bestudeer ik het van dichtbij. Het is een pioenroos die nog in de knop zit. De tere bloemblaadjes zijn nog kogelvormig dichtgevouwen en worden stijlvol op hun plek gehouden door glanzend ijzerdraad. “Mooi en stijlvol!”, de knop is prachtig en blijft nog lang zo mooi omdat deze niet kan gaan bloeien door het ijzerdraad dat om de knop gewikkeld zit.

Na een aantal vruchteloze pogingen om samen met mijn oudste zoon een vis te vangen op een krib aan de Waal, beproefden we onlangs toch nog maar eens ons geluk vlakbij ons huis. Het was een zonnige voorjaarsmiddag, de weiden groen, het water blauw. Het zou nu toch wel heel erg leuk zijn voor mijn zoon om een vis te vangen dacht ik.

Nog niet zo lang geleden kocht Jennie een slow juicer, zo'n keukenmachine waar het sap van groenten en fruit op een langzame manier gescheiden wordt van de rest. Puur sap. Pulp is dan het afvalproduct. Mij eerste gedachte was: alweer zo'n keukenmachine die na een paar maanden achter in de kast verdwijnt.

Ik ben, zoals dat heet, nogal onhandig. Een vervelende handicap met een scala aan uittingsvormen. Variërend van het onvermogen om een schilderijtje op te hangen tot het vermogen om zelfs in mijn eigen dorp de weg kwijt te raken. Ik noem maar twee uitersten.

Ze was het mooiste meisje van de klas, tien jaar jong. Ik gaf haar elke dag snoepjes. Wat wilde ik toch graag veel indruk op haar maken, liefst meer  dan de andere jongens. Het was in de vijfde klas van de lagere school, nu is dat groep zeven van de basisschool.