Terwijl ik in een bekende voordeelwinkel veel te makkelijk mijn winkelmandje vollaad, schiet ik in de lach. Door het intercomsysteem klinkt de oproep: “leiding gezocht!”. Niet meer en niet minder, kort maar krachtig. Met een grijns loop ik verder. Heerlijk praktisch zo’n intercomsysteem. Ik wil er ook zo één! Super toch? ... als je het even niet meer weet, pak je de intercom: “leiding gezocht!”.

Soms ben je zo druk in je dagelijkse leven dat je een keer thuis komt van een reis of van je werk, naar buiten kijkt en ziet dat het opeens herfst is geworden. Het is dan natuurlijk helemaal niet opeens herfst geworden, want de seizoenen komen en gaan nu eenmaal in een vast ritme. Het lijkt zo, omdat je met zoveel dingen tegelijk bezig bent dat de tijd vliegt. De zomer watert weg, de herfst waait voorbij, de donkere dagen worden na kerst al weer lichter en voordat je het weet staan de bomen weer in bloei en fluiten de vogels alsof er geen donkere dagen zijn geweest.

Toen mensen  van mijn leeftijd nog baby’s waren, bestonden ze volgens mij nog niet: pampers. Voor zover ik weet gebruikte mijn moeder katoenen luiers voor de aller kleinsten. Pampers, bijna elk jaar is er een vernieuwde versie: nog droger, nog zachter enz, enz. Wat hebben wij vroeger toch veel moeten lijden.

De naam alleen al klinkt een beetje depri: “tuinmansverdriet”. Bij de naam van dit onkruid dwalen mijn gedachten af naar een grote man in een blauw overal, met groene rubberen laarzen, een grote strooien hoed op zijn hoofd en zweetdruppels die langs zijn gezicht naar beneden lopen vanwege de brandende zon. Hij zit gebogen op één knie en leunt naar voren om de goede planten te bevrijden van dit onkruid. De man bestaat in mijn gedachten, maar dat is dus voor mij de verdrietige tuinman.

Onze buren links vertrokken voor drie weken naar Amerika. Rechts gingen ze op safari in Zuid-Afrika. Aan de overkant huurden ze een zeiljacht om de Middellandse zee te gaan trotseren. Een van mijn kinderen ging naar Cuba. Vrienden brachten een bezoek aan Thailand. We begonnen ons serieus af te vragen of de zee bij onze Nederlandse stranden misschien verdampt was. Frankrijk opgedoekt. Spanje wellicht van de kaart geveegd?

Terwijl ik deze column schrijf, liggen we na drie weken zeilen op de Ionische Zee op onze laatste ankerplaats. Een piepklein havenplaatsje genaamd Loggos op het prachtige eilandje Paxos.

Ik hoorde het van de gids die ons langs de oude opgravingen van Efeze in Turkije loodste: Nederlanders zijn geïnteresseerde en leergierige reizigers. Dankbaar publiek voor elke gepassioneerde gids. 
Tot zover niets opzienbarends, want dat geldt wel voor meer bevolkingsgroepen. Wat ik niet wist; Hollanders zijn dat alleen zolang de gids op de juiste tijd de koffie weet aan te kondigen. Tweemaal daags. Zowel ’s morgens als ’s middags. “Want,” is het argument “we zijn op vakantie.”