Deze zomer hadden we een beetje een bijzondere vakantie. Door een samenloop van omstandigheden konden we met ons gezin 6 weken op stap. We hebben dit grotendeels benut door met een oude camper door Europa te toeren. Behalve een scala aan landen, streken, steden en zee, goed eten en nog betere wijn, was het ongemerkt ook een periode van bezinning.

We hebben een kleine vijftien shetlandpony’s om het huis lopen. Elk jaar de eerste vrijdag en zaterdag van september is het zo ver: de lokale ponykeuring in Ammerzoden. Iedereen knipt, poetst, wast, kamt en borstelt z’n pony’s. Bussen spray, olie, schoensmeer en dergelijke worden ingezet om zo mooi mogelijk met de pony’s voor de dag te komen.

Ooit had ik een boot, een snelle. U weet wel, zo een die een hoop kabaal maakt, grote golven achter zich laat en schandalig veel benzine verbruikt. Op een dag, niet lang geleden, ontdekte ik dat mijn kinderen precies wisten waar de sleutels hingen maar niet zo goed wisten waar je benzine moet tanken. Aangezien mijn kinderen allemaal voor zichzelf zijn begonnen bedacht ik me dat ik wel klaar was met de herrie, de snelheid en het benzineverbruik. Dus ik heb de boot verkocht. Die beslissing beviel mijn kinderen minder maar mij wel goed. Temeer daar ik een goede vriend heb met een boot. En neem van mij aan, de vriendschap met een booteigenaar moet je koesteren.

Nog niet zo lang geleden kocht Jennie een slow juicer, zo'n keukenmachine waar het sap van groenten en fruit op een langzame manier gescheiden wordt van de rest. Puur sap. Pulp is dan het afvalproduct. Mij eerste gedachte was: alweer zo'n keukenmachine die na een paar maanden achter in de kast verdwijnt.

  • Met een geel-zwart gestreept pakie aan, 2 hoorntjes op zijn kop en geel omlijste ogen nodigt hij al zijn vrienden uit aan onze eettafel. Op de camping hebben ook wij last van een wespenplaag. Mijn jongste krijgt een steek in haar been (‘Hé mam! die wesp zit vast aan mijn been!?!”). Omstandigheden kunnen het je lastig maken, maar we houden vol.

In deze periode van het jaar loopt er bij ons achter op de dijk altijd een kudde schapen met lammeren tussen onze eigen geiten.  Behalve een dijk vol schapenpoep, grote wolken irritante vliegen en af en toe een verdwaald schaap in de tuin is het altijd een hele leuke tijd. In de avond en ochtendschemering leveren de silhouetten van de schapen prachtige beelden op. Lammeren stuiteren op vier poten tegelijk de dijk op en neer, jagen achter elkaar aan en proberen het liefst met zijn achten tegelijk op de stomp van een afgezaagde boom te klimmen. En wanneer er een te dicht bij een van onze geiten komt, kan je ook nog wel eens een sik zien flitsen en een lam door de lucht zien vliegen.

Goedkeurend knik ik naar de bloemen op tafel, ik eet van mijn lunch en praat met enkele collega’s. “Die bloem is prachtig”, mompel ik. Als mijn mond leeg is, bestudeer ik het van dichtbij. Het is een pioenroos die nog in de knop zit. De tere bloemblaadjes zijn nog kogelvormig dichtgevouwen en worden stijlvol op hun plek gehouden door glanzend ijzerdraad. “Mooi en stijlvol!”, de knop is prachtig en blijft nog lang zo mooi omdat deze niet kan gaan bloeien door het ijzerdraad dat om de knop gewikkeld zit.