image.png

 

Psalm 91 – bid jij mee?

Ben jij weleens bang voor het coronavirus? Dat je ziek kunt worden, of misschien wel je ouders, of je opa of oma?

Word je er onrustig van, al dat nieuws op tv en internet?

Je bent vast niet de enige. En wist je dat zelfs David weleens bang was? Hij was niet bang om toch tegen Goliat te vechten. Maar hij was op andere momenten wel bang. Toen koning Saul achter hem aan zat, en later, toen hij tegen andere vijanden vocht. Maar weet je wat David vaak deed, als hij bang was? Dan praatte hij hierover met God. Hij schreef er liederen over, de Psalmen. Soms ging zo’n lied vooral over het bang zijn. Maar er zijn ook Psalmen waarin hij zegt dat hij op God vertrouwt. Ik denk dat dat hem dan hielp om minder bang te zijn.

Misschien kan het jou ook wel helpen! De laatste tijd wordt Psalm 91 veel door mensen gelezen en gezongen. Hieronder staat deze Psalm speciaal voor jou in een makkelijke vertaling. Lees hem maar eens hardop, en zeg dan maar ‘ik’ of ‘mij’ als er ‘je’ staat. Dan wordt het een gebed. Mooi hè!

 

 

 

1 Als je bescherming zoekt bij de Allerhoogste God,
ben je helemaal veilig.
2 Ik zeg tegen de Heer:
"Bij U ben ik zo veilig als in een schuilplaats,
zo veilig als in een burcht.
U bent mijn God. Ik vertrouw op U."
3 Want Hij redt je uit de vallen die de duivel voor je opzet.
Hij redt je van dodelijke ziektes.
4 Hij beschermt je onder zijn vleugels.
Bij Hem ben je veilig.
Zijn trouw beschermt je als een schild, als een pantser.
5 Je hoeft niet bang te zijn.
Niet voor gevaren die je 's nachts bedreigen.
Niet voor pijlen die overdag op je afgeschoten worden.
6 Niet voor ziekte die in het donker op je loert.
Niet voor de dood die je midden overdag aanvalt.
7 Al sterven de mensen om je heen
bij duizenden of tienduizenden,
jou zal niets overkomen.
8 Je zal alleen zien hoe het afloopt
met de mensen die zich niets van God hebben aangetrokken.

9 Bij U, Heer, ben ik veilig.
U, de Allerhoogste God, bent mijn Beschermer. 

10 Geen ramp zal je overkomen.
Geen ziekte zal je huis binnendringen.
11 Want Hij zal zijn engelen bevelen
dat ze je moeten beschermen, waar je ook gaat.
12 Ze zullen je op hun handen dragen,
zodat je je voeten niet zal stoten.
13 Leeuwen en adders
zul je onder je voeten vertrappen. 

14 De Heer zegt:
"Omdat hij heel veel van Mij houdt, zal Ik hem redden.
Ik zal hem beschermen, omdat hij Mij kent.
15 Als hij Mij om hulp roept, zal Ik hem antwoorden.
In moeilijkheden en gevaar zal Ik bij hem zijn.
Ik zal hem redden en voor de mensen eren.
16 Ik zal hem een lang leven geven.
Ik zal hem redden en goed voor hem zijn."