BASISGEGEVENS
Spreker: Cees van Harten
Datum: zondag 4 april 2026
Titel: De ontmoeting
Hoofd-Bijbelgedeelte(s): Johannes 20:1-18
Thema in één zin: De opgestane Jezus kent jouw naam en zoekt jou persoonlijk op, ook als
je hem niet direct herkent.
KORTE SAMENVATTING
Op deze paasochtend staat Maria Magdalena centraal. Zij was een vrouw met een moeilijk
verleden. Jezus had haar vrijgezet van zeven demonen en haar leven veranderd. Na zijn
dood ging ze naar het graf om hem te eren. Maar het graf was leeg. In haar verdriet zag ze
hem niet meteen. Ze dacht dat hij een tuinman was. Totdat hij haar naam noemde: “Maria.”
Op dat moment herkende ze hem.
Dit verhaal laat zien hoe Jezus ons persoonlijk kent. Hij kent onze naam. Hij staat achter
ons, ook als we hem niet zien. Hij zoekt ons op, ook in ons verdriet en ons ongeloof.
We worden uitgenodigd om zijn stem te leren herkennen. Dat lukt beter als we deel zijn van
een geloofsgemeenschap die voor elkaar bidt. Want ook als we zelf geen geloof hebben
voor iets, mag een ander voor ons bidden.
Pasen is geen eenmalig feest. Het is een levende werkelijkheid. De Heilige Geest zegt elke
dag tegen ons: “Je bent een geliefd kind van de Vader.” Er was nooit een moment dat je niet
geliefd was.
UITGEBREIDE SAMENVATTING
Inleiding
Op Paasmorgen stelt spreker Cees van Harten één vraag centraal: wie springt er uit tussen
alle discipelen rondom Jezus? Zijn antwoord: Maria Magdalena. Zij was op die eerste
paasmorgen degene die vasthield, die bleef, die zocht. En zij was de eerste die de
opgestane Heer mocht ontmoeten. Dat is geen toeval, zegt Cees. Dat zegt iets over wie
Jezus is en hoe hij omgaat met mensen.
Hoofdlijn van de preek
Maria: van gebondenheid naar vrijheid Maria Magdalena had een zwaar verleden. Ze was
niet vrij. De Bijbel zegt dat ze bezeten was van zeven demonen. Jezus is in haar leven
gekomen en heeft haar vrijgezet. Niet omdat ze het verdiend had, maar omdat hij van haar
hield. Hij zei in feite: “Maria, zo ben je niet geboren. Dat heeft het leven je aangedaan. Maar
ik ga iets doen.” Vanaf dat moment volgde ze hem. Ze was zijn discipel.
Het verdriet op vrijdag en de lege hoop op zondag Bij het kruis stond Maria er ook bij.
Haar hoop was gebroken. Ze had niet begrepen dat Jezus zou opstaan. Op de eerste dag
van de week, vroeg in de morgen, ging ze naar het graf om hem te eren. Ze wilde hem niet
verliezen. Maar het graf was leeg. Ze rende terug naar Petrus en Johannes. Die kwamen
kijken, zagen de doeken liggen, en gingen weer weg. Maria bleef achter. Huilend.
De ontmoeting in de tuin Huilend boog Maria zich naar het graf toe. Ze zag twee engelen.
Ze vroegen haar: “Waarom huil je?” Ze zei: “Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet
niet waar ze hem neergelegd hebben.” Toen keek ze om. Ze zag een man staan. Ze dacht dat
het een tuinman was. De man vroeg: “Waarom huil je? Wie zoek je?” Pas toen hij haar naam
noemde, “Maria”, herkende ze hem. Cees noemt dit prachtig: Jezus staat achter haar. Hij
hoort haar klacht. En dan roept hij haar bij naam. Op dat moment is alles anders. Cees
verbindt dit aan Johannes 10:4: “Mijn schapen kennen mijn stem.” Maria kon zijn stem pas
herkennen toen hij haar naam noemde. Zo kan het in ons leven ook zijn, zegt hij. We zoeken
Jezus, maar merken hem niet op. Terwijl hij er wel is, op een andere manier dan we
verwachten.
Van getuige van verdriet naar boodschapper van vreugde Maria was zo-even nog vol
verdriet. Nu is ze een boodschapper. Ze gaat naar de discipelen en zegt: “Ik heb de Heer
gezien.” Dat is het Paasevangelie in de mond van één gewone vrouw. Een vrouw die door
Jezus bij naam gekend werd.
Belangrijkste punten
Punt 1: Jezus kent jouw naam De kern van dit punt is Johannes 10:4, door Cees geciteerd
als: “Mijn schapen kennen mijn stem.” Jezus werd zichtbaar voor Maria op het moment dat
hij haar bij haar naam riep. Zo kan hij ook zichtbaar worden in ons leven. Cees deelt een
persoonlijke droom uit zijn tijd als zendeling in Papua Nieuw-Guinea. In die droom schreef
Jezus zijn naam in het zand, op het moment dat hij als kerkleider te hard en te veroordelend
was naar anderen. Die droom heeft zijn leven veranderd. Hij leerde: Jezus schrijft jouw
naam, niet om te veroordelen, maar om je van binnenuit te veranderen.
Bijbelverwijzing: Johannes 10:4, Johannes 8 (de vrouw in overspel en Jezus die in het zand
schrijft).
Punt 2: Wees niet bevreesd, je bent van Mij Cees haalt Jesaja 43:1 aan: “Wees niet
bevreesd, want ik heb u verlost. Ik heb u bij uw naam geroepen. U bent van mij.” Dit is de
boodschap van Pasen in één vers. Er was nooit een moment dat je niet geliefd was. God
heeft ons zo lief dat wij het niet kunnen “verprutsen”, zoals Cees het zegt. Dat is geen
goedkope genade, maar een diepe geruststelling voor wie twijfelt, verdriet heeft, of denkt
niet te tellen.
Bijbelverwijzing: Jesaja 43:1.
Punt 3: Zalig zijn zij die niet gezien hebben en toch geloven Het derde punt sluit aan bij
de woorden van Jezus aan Thomas (Johannes 20:29): “Zalig zijn zij die niet gezien hebben
en toch geloven.” Wij waren er niet bij, 2000 jaar geleden. We hebben de wonden niet
gezien. Maar we mogen geloven. En dat geloof maakt ons tot boodschappers, net als Maria.
Met de boodschap: “Ik heb de Heer gezien. Ik heb hem gezien en ik leef.”
Bijbelverwijzing: Johannes 20:29.
Toepassing voor het persoonlijk leven
De boodschap van deze preek spreekt mensen aan die Jezus zoeken maar hem niet
herkennen. Of die moe zijn van teleurstellingen. Of die denken dat hun geloof te klein is om
ertoe te doen. Maria had ook geen groot geloof toen ze naar het graf ging. Ze geloofde niet
echt dat hij opgestaan was. Maar ze was er wél. Ze bleef. En Jezus ontmoette haar.
Cees nodigt iedereen uit om klein te mogen zijn in geloof, maar niet alleen te blijven. Als je
zelf geen geloof hebt voor iets, zoek iemand die voor je wil bidden. Hij vertelt over zijn
kleinkind dat voor hem bad om zijn hoofdpijn, en daarna vroeg: “Opa, voelt u het al?” Dat
kinderlijk geloof, zonder grote woorden, mag ons aansporen.
Cees zegt ook: als er dingen in je leven zijn die je afleiden van God, stop ermee. Als er
dingen zijn die moeten verbeteren, verander ze. Dat heet bekering. Niet als verplichting,
maar als uitnodiging van iemand die jou bij naam kent en van je houdt.
Toepassing voor de gemeente
Maria gaat na haar ontmoeting met Jezus meteen naar de anderen toe. Ze deelt het goede
nieuws. Zo is de gemeente geroepen: niet om het voor zichzelf te houden, maar om
boodschappers te zijn van het leven.
Cees benadrukt hoe belangrijk het is om deel te zijn van een geloofsgemeenschap. Net als
schapen die ’s avonds binnen de omheining worden gebracht zodat de wolf geen kans
krijgt, hebben wij elkaar nodig. Zodat we elkaars stem horen. Zodat we voor elkaar bidden,
ook voor kleine dingen. Zodat we samen groeien in het herkennen van de stem van de
Goede Herder.
De gemeente is de plek waar mensen hun naam horen. Waar ze niet veroordelen maar
uitnodigen. Waar ze met compassie naast anderen gaan staan, zoals Jezus achter Maria
stond.
VRAGEN OM OVER NA TE DENKEN
- Maria herkende Jezus pas toen hij haar bij naam noemde. Hoe heb jij de stem van
Jezus leren herkennen in je eigen leven? En zijn er momenten dat je hem niet
herkende, terwijl hij er toch was? - Cees vertelt over een moment waarop hij te hard was naar anderen en Jezus hem bij
naam schreef in het zand. Heb jij ooit een moment meegemaakt waarop God iets in
jouw leven wilde veranderen? Wat deed dat met je? - Maria bleef bij het graf, ook toen de anderen weggingen. Wat helpt jou om vol te
houden in momenten van verdriet of twijfel? - Cees zegt: als je zelf geen geloof hebt voor iets, zoek iemand die voor je wil bidden.
Hoe gemakkelijk vind je het om zo’n vraag te stellen? Wat zou je nodig hebben om
dat wél te doen? - De gemeente wordt vergeleken met een kudde schapen die elkaar beschermt. Wat
doe jij concreet om iemand anders in de gemeente te steunen of “bij naam te
roepen”?
- SUGGESTIES VOOR GEBED
Gebed voor de gemeente: Bid dat de EGB een plek mag zijn waar mensen hun naam
horen, waar er voor elkaar gebeden wordt, en waar zoekers de stem van de Goede
Herder mogen ontdekken.
Dankpunten: Dank voor de opstanding van Jezus en voor het feit dat hij ons bij naam
kent, ook als wij twijfelen of verdriet hebben.
Gebed om groei: Bid dat we zijn stem beter leren herkennen, en dat we de moed
vinden om met kleine én grote dingen bij God en bij elkaar te komen.
