De deadline voor het schrijven van deze column kwam steeds dichterbij. Maar inspiratie wilde niet komen. Ik voelde me gammel, had koorts en liep rond met een flinke verkoudheid. Toen ik daar in de auto over nadacht, moest ik denken aan Matthijn Buwalda. Afgelopen zaterdag was ik bij een theateravond van hem. Daar vertelde hij over momenten waarop de inspiratie uitblijft, maar ook over de verhalen en ervaringen waaruit zijn liederen ontstaan. En voilà, daar ontstond mijn inspiratie…

In één van zijn liederen schrijft hij:

“Ik denk dat ik gelukkig ben

En ik heb er niet eens voor hoeven werken

Gewoon omdat ik liefde ken

En dat ik dat elke dag kan merken

Het klinkt als weinig, maar ik vind het een heleboel

Want ik heb alles wat ik wilde en meer gevoeld

En ik kan niets verzinnen wat er nog meer toe doet

Dan dit”

Toen ik dit lied hoorde, bleven de woorden de dagen erna in mijn hoofd rondzingen. Ze raakten mij, zeker in deze tijd. Waarin we soms meer verbonden lijken met ons scherm dan met de mensen om ons heen. Waarin vreemdelingen met argwaan bekeken worden en veel mensen worstelen met eenzaamheid. Matthijn schrijft heel mooi: “Ik denk dat ik gelukkig ben omdat ik liefde ken en ik heb er niet eens voor hoeven werken.”

Van God krijgen wij allemaal heel veel liefde. Hij houdt zoveel van ons. We mogen ons koesteren in Zijn liefde. Die liefde mag ons gelukkig maken en ons helpen als het leven tegenzit. Dat sluit prachtig aan bij het vervolg van het lied. Matthijn zingt:

“M’n auto en m’n baan M’n geld, m’n goede naam Er is geen geluk mee te kopen…”

Eigenlijk houdt hij ons daarmee een spiegel voor. Waar zoeken wij ons geluk? Waar zijn wij hele dagen druk mee? Natuurlijk zijn een huis, werk of financiële zekerheid waardevol. Maar uiteindelijk zijn het niet die dingen die ons hart vullen. Ze kunnen verdwijnen, veranderen of tegenvallen.

Wat echt blijft, zijn de mensen die van ons houden, de mensen van wie wij mogen houden en de liefde van God die nooit verandert. Dat zijn volgens mij de dingen die er echt toe doen. Jezus roept ons op geen schatten te verzamelen op aarde, maar te investeren in wat eeuwigheidswaarde heeft. Moeilijk hé! Want als ik eerlijk ben, ben ik zelf ook vaak drukker met mijn agenda, werk, boodschappenlijstjes en alles wat nog moet gebeuren, dan met de dingen die echt belangrijk zijn. Terwijl ik ergens diep van binnen best weet dat daar mijn geluk niet zit.

Ik vind de regel “Ik geef steeds meer om minder en steeds minder om meer” daarom zo treffend. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat geluk vaak zit in heel gewone dingen: een goed gesprek, een arm om je heen, samen lachen, weten dat je geliefd bent. Dingen die je niet kunt kopen, maar die van onschatbare waarde zijn.

Dus mocht je deze week ook druk zijn met alles wat nog moet, kijk dan eens om je heen. Naar de mensen die naast je staan. Naar de liefde die je ontvangt en mag doorgeven. Ik probeer het in ieder geval weer wat vaker te doen. En ondertussen denk ik regelmatig aan een regel van Matthijns lied:

“Doe mij deze dag en m’n lievelingsmensen. De rest mag je hebben.”

Misschien moet ik daar maar eens beter naar luisteren. En heb je een paar minuten over? Luister dan eens naar dit lied. Misschien ontdek je opnieuw dat je eigenlijk al heel rijk bent. Geïnspireerd door: De rest mag je hebben, Matthijn Buwalda

Comments are disabled