Toen ik verkering kreeg met zij die nu mijn vrouw is, probeerde ik indruk op haar te maken. Ik deed mijn uiterste best om zo goed mogelijk voor de dag te komen: grappig, attent, een tikkeltje stoer. Met als resultaat? Ze vond het maar niks. Ze kende me namelijk al. En ze zag meteen dat ik me zat aan te stellen. Letterlijk zei ze: “Ik vind je veel leuker als je gewoon jezelf bent.” Nou, dat gaf rust. Er viel een last van mijn schouders. Geen toneel meer, geen rol om te spelen. Gewoon mezelf zijn bleek genoeg te zijn.
De afgelopen jaren schreef ik ook al columns op onze website, maar dan onder het pseudoniem Gerrit. Een naam die ik ooit koos om een beetje afstand te houden. Als Gerrit kon dingen zeggen die ik misschien nog niet durfde te zeggen onder mijn eigen naam. Hij bood me vrijheid en veiligheid, maar ook een zekere schuilplaats. En zoals dat gaat met schuilplaatsen: op een dag ontdek je dat je er niet meer in hoeft te blijven. Daarom schrijf ik vanaf nu gewoon onder mijn eigen naam: Bas.
Een naam is niet zomaar een etiket; het zegt iets over je identiteit, over verbondenheid. In de Bijbel zie ik dat steeds weer terug. Abram wordt Abraham, een teken van Gods belofte. Simon wordt Petrus, een rots waarop gebouwd zal worden. En Saulus wordt Paulus, een nieuw begin, een nieuwe roeping. Een naam markeert verandering, maar ook bevestiging: dit ben jij, zoals Ik je bedoeld heb.
God kent onze namen, zegt Jesaja 43:1: “Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij.” Wat een wonder: dat de Schepper van hemel en aarde jouw en mijn naam uitspreekt. Niet als een label of pseudoniem, maar als een liefdeswoord.
En misschien is dat wel de diepste betekenis van onze naam: dat we gekend zijn. Niet omdat we indruk maken, maar omdat we geliefd zijn.
Soms begint dat met de moed om gewoon te zeggen: “Ik ben Bas.”
Bas

