Twee weken geleden bracht Theodoor Meedendorp een boodschap voor volwassenen, over kinderen. Hij haalde het tekstgedeelte uit Mattheüs 21 aan waarin de kinderen in de tempel Jezus aanbaden en tegelijkertijd door de hogepriesters en de schriftgeleerden tot stilte werden gemaand. Zij vonden het maar niets dat Jezus werd bezongen als de Zoon van David, als de beloofde Messias. Jezus verwijst vervolgens alleen maar naar Psalm 8:3 die hiermee werd vervuld; de vijand verstomt door de lof van de kinderen. Jezus geeft de kinderen een stem. En die stem is een sterk fundament. Juist wat klein en zwak is, vormt een sterk fundament voor Hem om op te bouwen.

God draait alles om. In onze wereld hebben degene met de luidste stem het voor het zeggen. Aanzien, prestaties en een grote mond. Daar zou een campagnestrateeg goed mee uit de voeten kunnen. Het was alles wat Jezus níet had toen Hij op aarde kwam. Jezus kwam niet uit een rijke familie, had geen indrukwekkend cv en had evenmin een grote achterban. Zoals het lied van Sela gaat: “Een kleine baby bleek de grote redder”.

Het was voor de Joden ondenkbaar dat een gewone man, de zoon van een timmerman -uit Nazareth nota bene- de Messias zou zijn. De mensen verwachtten een Koning, een sterke leider die de Romeinen zou overwinnen. Maar Hij kwam niet om van de Romeinse onderdrukker te winnen, Hij kwam om onze harten te bevrijden. En Hij koos geen intelligente, vooraanstaande Thora geleerden maar gewone vissers om Zijn boodschap later te verspreiden.

God draait alles om. Als wij kleiner worden, dan wordt Hij groter. Zijn kracht openbaart zich immers ten volle in zwakheid. Dus we kunnen Zijn grootsheid zien als we kinderen ontmoeten, Zijn liefde uitdelen aan hen zonder stem en omkijken naar wat verloren lijkt.

“De boodschap van de vrede werd het eerst gebracht, aan de herders op de velden, aan de minsten van de mensen. U was er voor hen. Juist aan hen hebt U gedacht”.

– Jolien