Zaterdagavond 6 december zitten we met onze kinderen en pleegzonen aan tafel. De tafel staat vol hapjes, want dit is onze voorbereiding op Sinterklaasavond. Een soort voorronde, zeg maar. Net als we willen beginnen, loopt de buurman binnen. Zij gaan ook Sinterklaas vieren, maar zijn printer heeft het begeven. Stress, natuurlijk. We helpen hem uit de brand en even later vertrekt hij zichtbaar opgelucht weer naar huis.
De jongens kijken hem verbaasd na. Er volgt een levendige discussie in het Tigrinya. Ik vraag wat er aan de hand is. “Waarom geef je de buurman geen eten?”, “Waarom nodig je hem niet uit om aan tafel te komen?”
In hun cultuur is het ondenkbaar dat iemand binnenloopt terwijl je eet en niet aanschuift. Eten niet aanbieden, of zelfs afslaan, is ronduit vreemd. Wat volgt is een mooi en eerlijk gesprek over gastvrijheid, gewoontes en gebruiken. En ondertussen realiseer ik me dat wat voor mij heel normaal is, voor hen juist onbegrijpelijk voelt.
Vanmorgen ging ik met mijn dochter nog even naar de winkel. De melk was op en we hadden “nog iets voor het avondeten” nodig. De parkeerplaats stond vol en in de supermarkt was het een georganiseerde chaos. Niet vreemd, want het is de dag voor Kerst. Als je het niet beter wist, zou je denken dat Kerst vooral draait om eten. Heel. Veel. Eten. Ook mijn koelkast en kelder doen daar vrolijk aan mee.
Ik geniet ervan: samen koken, hapjes maken, gezelligheid. En toch voelt het ook dubbel. Want ik weet dat een groot deel van de wereld deze overvloed niet kent. Via onze jongens horen we regelmatig verhalen over familieleden die het moeilijk hebben en afhankelijk zijn van geld dat zij opsturen om überhaupt genoeg te kunnen eten. Het zet me aan het denken. Hoe ga ik hier op een goede manier mee om?
In het boek De weg volgen van John Mark Comer, las ik dat er alleen al in het boek Lucas meer dan vijftig verwijzingen naar voedsel staan. De Lucasexpert Robert Karris schrijft zelfs dat Jezus óf onderweg is naar een maaltijd, óf aan tafel zit, óf er net vandaan komt. Jezus gebruikte maaltijden bewust tijdens zijn bediening. Dat raakt me. Ligt daar een andere kijk op al dat eten?
Misschien is dat wel de uitnodiging van deze dagen: niet stoppen met eten (laten we eerlijk zijn, dat gaat toch niet gebeuren), maar er anders naar kijken. Niet alleen zien wat er op tafel staat, maar ook wie er aan tafel zit en wie er ontbreekt. Onze jongens leerden mij dat gastvrijheid geen extra moeite is, maar een vanzelfsprekendheid. En Jezus wist blijkbaar ook dat goede gesprekken vaak beginnen met samen eten. Misschien mag ik het kersteten daarom iets minder zien als overdadig en iets meer als een kans op ontmoeting, delen en dankbaarheid. En wie weet… de volgende keer schuift de buurman gewoon aan. Printer kapot of niet!
Fijne feestdagen gewenst! MD

